Week: 11 van 10 tot en met 16 maart 2013


Nieuws van Internet:
  • Natuur beschermen dankzij waterveiligheid
  • Experts en Veiligheidsregio: forse kritiek op brandweerwetten
  • Dreigingniveaus terrorisme verhoogd
  • Veiligheidsregio in beroep tegen TRONED
  • Carlo Post nieuwe algemeen directeur Veiligheidsregio ZHZ
  • Gerichte aanpak bestrijding zware criminelen
  • GRIP procedures toe aan vernieuwing
  • 'Dicky Woodstock' leerzame 'ramp' voor Veiligheidsregio IJsselland
  • Raad Groningen wil debat over rol Veiligheidsregio en Rehwinkel bij Project-X Haren
  • Opstelten neemt extra maatregelen tegen voetbalgeweld
  • Breda hield oefening crisisbeheersing
  • Veiligheidsregio Drenthe oefent 'ramp' bij Dwingeloo
  • Rapportage 'Toezicht op zwemwater' geeft duidelijkheid
  • Nieuwe gemeenschappelijke meldkamer voor veiligheidsregio's Haaglanden en Hollands-Midden


  • Onderwerp: Natuur beschermen dankzij waterveiligheid
    Thema: waterveiligheid
    Datum: 11 maart 2013
    Lees hier verder bij de bron van het bericht >>

    Nederland is in de jaren na de watersnood veranderd. We zijn gewend aan het feit dat we met water leven. Als er door nalatigheid dan toch een dijkje bezwijkt, schrikken we allemaal op omdat zoiets mogelijk is. We wonen grotendeels onder NAP en dat accepteren we omdat we denken dat de dijkbeheerder zorgt voor goed onderhoud. Daar betalen we tenslotte voor. Tegenwoordig wordt het onderhoud aan dijken bedreigd door natuurbescherming.
    De waterkeringen en dijkverzwaringen aan onze zuidelijke Noordzeekust zijn het directe gevolg van de grote ramp. Hier werd op een dramatische manier zichtbaar wat er gebeurt met een waterkering als het onderhoud gedurende meerdere decennia wordt uitgesteld. Het gebrek aan onderhoud was een direct gevolg van de crisisjaren voor de oorlog, het gebrek aan fondsen tijdens de oorlogsjaren en de hogere prioriteiten tijdens de wederopbouw.
    De dijken die door de Duitse en Engelse bombardementen waren vernield en na de oorlog weer waren hersteld hebben de storm van '53 goeddeels doorstaan. Het was dus geen gebrek aan waterkennis dat onze zuidelijke provinciën onder water kwamen te staan, het was een gevolg van de door de beheerder/overheid gestelde prioriteiten. Er zijn door de eeuwen heen prachtige werkjes gemaakt om het water buiten te houden en die hadden er ook kunnen komen, zonder een watersnoodramp. Neem bijvoorbeeld de Afsluitdijk, die ligt daar al 80 jaar en heeft de stormen van ' 53 en ' 73 prima doorstaan. En dat dankzij deugdelijk onderhoud van een groep toegewijde mensen.
    De dijk tussen Lelystad en Enkhuizen is ontworpen als polderdijk, niet als zwaar belaste weg. Doordat bij wet is geregeld dat de polder niet meer mag worden drooggelegd, is de geplande snelweg tussen Lelystad en Hoorn er niet gekomen. Nadat besloten is om de Markerwaarddijk als autoweg in gebruik te blijven nemen moest deze beschermd worden tegen weersinvloeden, en onderhouden worden als gevolg van de dagelijkse verkeersbelasting. De aangelegde beschermende dijkjes begonnen na aanleg snel te verzanden en te begroeien, waardoor er per ongeluk een natuurgebied is ontstaan. Dat het een zeer voedzaam gebied is geworden is duidelijk zichtbaar door de vele aangereden vogels en konijnen langs de weg. Deze knaagdieren ondermijnen met hun gegraaf de dijk continu waardoor onderhoud en herstel altijd noodzakelijk blijft, zelfs als de Markerwadden een succes blijken. Doe je dat niet, dan zal bij de eerste noorderstorm de dijk vanaf de andere kant bezwijken en de Markerwadden wegspoelen (..).

    Onderwerp: Experts en Veiligheidsregio: forse kritiek op brandweerwetten
    Thema: veiligheidsregio
    Datum: 12 maart 2013
    Lees hier verder bij de bron van het bericht >>

    De Veiligheidsregio Limburg-Noord vindt dat de eisen van minister Opstelten (Veiligheid & Justitie) over de opkomsttijden van de brandweer onmogelijk zijn uit te voeren.
    Voorzitter Antoin Scholten van de Veiligheidsregio: "Het is irreëel, het is onhaalbaar en niet uitvoerbaar. Misschien wel in de Randstad maar zeker niet in dunbevolkte gebieden. Daar moet je andere maatregelen voor bedenken." Ook dé veiligheidsexpert op dit gebied, Ira Helsloot, uit vanavond in onze uitzendingen haar kritiek op de eisen van het ministerie.
    In de wet is sinds 2010 vastgelegd binnen hoeveel tijd er een brandweerwagen bij een brand moet zijn. Noord-Limburg haalt dat in de helft van de gevallen niet. Opstelten zit daarom de veiligheidsregio al maanden op de huid. "Het is schijnveiligheid, een beetje misleidend. Als je maar binnen de norm blijft en alles vast wil zetten in rekenmodelletjes, dan lijkt het opgelost, Maar de wereld van 2013 ziet er toch iets ingewikkelder uit!" Dat zegt een getergde voorzitter van Veiligheidsregio Limburg-Noord.
    De richtlijnen voor opkomsttijden van de brandweer stammen uit de jaren '90 en werden een paar jaar geleden wet. "Ouderwets", zegt Ira Helsloot, hoogleraar veiligheid aan de Universiteit van Nijmegen: "De brandweer komt u niet redden bij brand. De brandweer is altijd te laat, de eerste slachtoffers vallen in de eerste minuten en dan lukt het nooit om ter plaatse te zijn."
    Ook het veiligheidsberaad, de koepelorganisatie van veiligheidsregio's, is het oneens met de eisen van het ministerie. Met een rapport van onderzoeksinstituut TNO in de hand vindt het beraad dat de wetten van Opstelten van tafel moeten. "Je moet de brandweer op veel meer afrekenen, wat doen ze bijvoorbeeld aan voorlichting en preventie. Hebben ze burgers geïnformeerd over brandblussers, branddekens, vluchtwegen en zijn er rookmelders geplaatst? Daar mag je de brandweer op afrekenen", zegt Jan Lonink, voorzitter van het veiligheidsberaad.

    Onderwerp: Dreigingniveaus terrorisme verhoogd
    Thema: veiligheid
    Datum: 12 maart 2013
    Lees hier verder bij de bron van het bericht >>

    De omvang van jihadgang vanuit Nederland naar Syrië en andere gebieden is snel gestegen. Er is een risico dat jihadreizigers in de conflictgebieden expertise en strijdervaring opdoen en bij terugkomst in Nederland een dreiging vormen, omdat zij radicaal, getraumatiseerd en in hoge mate geweldsbereid kunnen terugkeren. Daarnaast zijn er meer signalen van radicalisering van kleine groepen jongeren. Ook is in veel landen in Noord-Afrika en het Midden-Oosten de ruimte voor jihadistische netwerken om zich te manifesteren toegenomen. Sommige van deze groepen hebben westerse doelen op het oog, soms ook in Europa. Door deze zorgelijke ontwikkelingen is de voorstelbaarheid van een aanslag tegen Nederland of Nederlandse belangen in het buitenland in de afgelopen tijd vergroot. De Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) heeft het dreigingsniveau daarom verhoogd van beperkt naar substantieel. Om de veiligheidsrisico's zoveel mogelijk te onderkennen en in te dammen hebben operationele diensten, zoals AIVD en politie, hun alertheid verhoogd en inspanningen geïntensiveerd. Ook andere westerse landen maken zich zorgen over de toename van jihadreizen en nemen maatregelen.
    De dreiging zit hem vooral in teruggekeerde jihadreizigers. Zij kunnen bij terugkomst door hun expertise en strijdervaring een veiligheidsrisico opleveren. De omvang van jihad gang is snel gestegen. Waar het eerst nog ging om enkelen en daarna tientallen gaat het in Nederland nu om tegen de honderd personen die de afgelopen tijd zijn vertrokken naar diverse landen in Afrika en het Midden-Oosten, maar met name naar Syrië. In heel Europa gaat het om vele honderden. Velen sluiten zich aan bij jihadistische strijdgroepen. Daarnaast kunnen jihadreizigers een dreiging vormen tegen westerse belangen in de conflictgebieden zelf en bestaat de mogelijkheid dat zij andere geestverwanten uit Nederland aansporen hen te volgen.
    De afgelopen periode zijn er voorts signalen waargenomen, die duiden op een toegenomen jihadistische radicalisering van kleine groepen jongeren in Nederland. De groei van het aantal jihadreizigers is een van de indicatoren daarvoor. Ook blijkt dat de doorradicalisering naar geweldsbereidheid soms zeer snel kan verlopen. Tegelijkertijd moet worden vastgesteld dat de aandacht van politiek, bestuur en samenleving voor de gevaren van radicalisering in de afgelopen jaren is afgenomen, omdat al geruime tijd weinig radicalisering werd waargenomen. Het strijdtoneel in Syrië, dat nabij en eenvoudig bereikbaar is, heeft dit beeld doen veranderen.
    Tot slot baren ook de ontwikkelingen in diverse landen van Noord-Afrika en het Midden-Oosten zorgen. In verschillende landen is een complex proces naar democratisering op gang gekomen. Schaduwzijde hiervan is dat jihadistische organisaties zich daar nu ook tamelijk ongehinderd kunnen manifesteren. De voorheen uiterst repressieve veiligheidsapparaten zijn niet langer bij machte of bereid die organisaties te bestrijden.

    Onderwerp: Veiligheidsregio in beroep tegen TRONED
    Thema: veiligheidsregio
    Datum: 13 maart 2013
    Lees hier verder bij de bron van het bericht >>

    De gemeente Enschede gaat in hoger beroep om de aanwezigheid van een brandweeroefencentrum op het vliegveldterrein te legaliseren.
    De rechtbank in Almelo besloot vorige week dat een tijdelijke omgevingsvergunning wordt geweigerd. Omwonenden van vliegveld Twente, verenigd in VOLT Twente, spanden de rechtszaak aan. Een omgevingsvergunning mag alleen tijdelijk worden afgegeven.
    De Veiligheidsregio Twente vroeg in 2011 om een omgevingsvergunning voor het brandweeroefencentrum (TRONED). VOLT Twente tekende bezwaar aan tegen die aanvraag, omdat volgens VOLT Twente direct duidelijk was dat het oefencentrum een definitieve plek op het vliegveldterrein zou krijgen. En een omgevingsvergunning is bedoeld voor een tijdelijke voorziening voor een periode van maximaal vijf jaar.
    De rechtbank stelde in haar oordeel dat het inderdaad aannemelijk is dat het brandweeroefencentrum langer dan de maximale termijn van vijf jaar op het vliegveldterrein zal zijn gevestigd. Een termijn die volgens VOLT Twente al is overschreden, het brandweeroefencentrum zit er volgens de omwonenden al sinds 2008.
    Wanneer het hoger beroep van de gemeente Enschede dient, is nog niet bekend. Enschede wil ook de activiteiten van het tijdelijke veiligheidscentrum gedogen. B&W vindt het van algemeen belang dat de oefeningen met innovatieve technieken voor brandbestrijding en veiligheid door kunnen gaan.

    Onderwerp: Carlo Post nieuwe algemeen directeur Veiligheidsregio ZHZ
    Thema: veiligheidsregio
    Datum: 13 maart 2013
    Lees hier verder bij de bron van het bericht >>

    DRECHTSTEDEN - De heer drs. C.H.W.M. (Carlo) Post Mcm wordt met ingang van 1 mei 2013 benoemd tot algemeen directeur van de Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid (VRZHZ). Dit heeft het algemeen bestuur besloten. De heer Post is vanaf dat moment ook regionaal commandant brandweer en secretaris van het bestuur van de Veiligheidsregio.
    De heer Post is momenteel gemeentesecretaris van de gemeente Binnenmaas. Vanuit deze functie heeft hij de regio Zuid-Holland Zuid en haar ontwikkelingen reeds goed leren kennen. De heer Post beschikt over een ruime politiek-bestuurlijke ervaring. De selectiecommissie ziet de heer Post als een ervaren en inspirerend leider en verbinder. Hiermee kan hij een belangrijke bijdrage leveren aan de verdere doorontwikkeling van de VRZHZ. Hij zal zowel voor de medewerkers, het bestuur en de netwerkpartners een goed aanspreekpunt zijn.
    Sinds het vertrek van de heer Peter Bos begin januari van dit jaar vervult Rianne van den Berg op interimbasis de functie van algemeen directeur VRZHZ. Dit combineert zij met haar functie van gemeentesecretaris/algemeen directeur van de gemeente Alblasserdam. Rianne van den Berg blijft tot de komst van de heer Post deze functies combineren, waarna zij terugkeert bij de gemeente Alblasserdam. Mevrouw Van den Berg leidt de VRZHZ naar volle tevredenheid van alle betrokken partijen.
    De wervingsprocedure is begeleid door een selectiecommissie, bestaande uit het dagelijks bestuur van de VRZHZ. Zij hebben hierbij tevens advies gevraagd aan een tweetal adviescommissies. Eén commissie met een afvaardiging uit het Managementteam en de medezeggenschap van de VRZHZ en één commissie met een aantal netwerkpartners van de VRZHZ. De medezeggenschap heeft positief geadviseerd op de benoeming van Carlo Post.

    Onderwerp: Gerichte aanpak bestrijding zware criminelen
    Thema: veiligheid
    Datum: 13 maart 2013
    Lees hier verder bij de bron van het bericht >>

    Minister Opstelten van Veiligheid en Justitie wil bij de bestrijding van de georganiseerde criminaliteit steviger inzetten op de aanpak van zware criminelen en bendes die zich onaantastbaar wanen. Bij deze subjectgerichte aanpak worden de schijnwerpers gezet op de crimineel en de criminele organisatie zelf. Politie, openbaar ministerie, bestuur en Belastingdienst bepalen op basis van hun gezamenlijke informatiepositie welke criminelen zij met prioriteit aanpakken. Hierdoor moeten criminelen die zich met verschillende vormen van misdaad bezig houden sneller in beeld komen.
    Bij de bestrijding van georganiseerde misdaad moet de overheid volgens minister Opstelten al haar bestuurlijke, strafrechtelijke, fiscale en privaatrechtelijke instrumenten inzetten. De georganiseerde criminaliteit vindt daardoor op landelijk, regionaal en lokaal niveau een georganiseerde overheid tegenover zich. Door het opwerpen van barrières moet het criminelen moeilijk of onmogelijk worden gemaakt hun criminele activiteiten voort te zetten. Het afpakken van criminele inkomsten heeft daarbij de hoogste prioriteit.
    Dat schrijft minister Opstelten van Veiligheid en Justitie in zijn beleidsreactie op het Nationaal Dreigingsbeeld Georganiseerde Criminaliteit 2012 (NDB) en de Vierde rapportage op basis van de Monitor Georganiseerde Criminaliteit die vandaag naar de Tweede Kamer zijn gestuurd. Het NDB opgesteld door de politie in opdracht van het College van Procureurs-generaal, levert vierjaarlijks een beeld van de dreigingen op het gebied van de georganiseerde criminaliteit in Nederland. De monitor, uitgevoerd door het WODC in samenwerking met de Erasmus Universiteit Rotterdam, biedt een meerjaarlijks inzicht in de aard van de georganiseerde criminaliteit.
    Het NDB en de monitor bevestigen volgens minister Opstelten de noodzaak van een brede, geïntegreerde aanpak van de georganiseerde criminaliteit. Doelstelling van het kabinet is om in 2014 te komen tot een verdubbeling van het aantal aangepakte criminele samenwerkingsverbanden ten opzichte van 2009. Dat is 40% van het totaal. Deze intensivering ligt op koers: in de afgelopen jaren zijn telkens meer criminele samenwerkingsverbanden aangepakt. Op basis van het NDB stelt de minister de aandachtsgebieden vast voor de aanpak van ondermijnende en georganiseerde criminaliteit: Handel en productie van drugs, mensenhandel, witwassen van crimineel verkregen vermogen, zware en georganiseerde fraude, kinderpornografie, cybercrime en (zware) milieucriminaliteit. Deze aandachtsgebieden vormen ook het uitgangspunt voor de landelijke prioriteiten voor de politie, die in overleg met het gezag en de politie tot stand komen. (…)

    Onderwerp: GRIP procedures toe aan vernieuwing
    Thema: crisisbeheersing
    Datum: 13 maart 2013
    Lees hier verder bij de bron van het bericht >>

    De GRIP-procedure is het Waterloo geworden voor Rob Bats, burgemeester van het geplaagde Haren. Na een vernietigend rapport over zijn aanpak van de facebookrellen heeft hij zijn ontslag ingediend. Eén van de majeure fouten die hij volgens Cohen maakte, was het opschalen naar GRIP 3 in het heetst van de strijd. Dit terwijl Bats alleen meer 'communicatiehandjes' nodig had. Tijd om het communicatiedeel los te knippen van GRIP vindt Wouter Jong, adviseur crisisbeheersing van het Nederlands Genootschap van Burgemeesters.
    De uitvoering van de Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdings Procedure (GRIP) werkte niet goed tijdens de Facebookrellen in Haren. Het bestuur had vanuit de driehoek moeten opereren in plaats van de opschaling naar GRIP 3. Dit werkte complicerend, vond Cohen. Maar Wouter Jong heeft wel begrip voor de beslissing van Bats: 'Het is begrijpelijk dat hij op die rode knop heeft gedrukt, je zit in een crisis en er moet iets gebeuren. Bovendien was er qua procedure geen andere mogelijkheid.'
    Wat de oplossing volgens Wouter Jong zou zijn is de communicatie onafhankelijk van de GRIP in te zetten: 'Dan kun je in situaties die beter in de driehoek passen toch gebruik maken van de kennis en expertise op het gebied van crisiscommunicatie. Dat helpt om balans te houden in situaties zoals in Haren, waar de politieorganisatie en crisiscommunicatie a-synchroon liepen.'
    'Het verschilt ook per veiligheidsregio,' vervolgt Jong, 'in de regio Rotterdam-Rijnmond is het bijvoorbeeld al mogelijk communicatie apart in te zetten zonder meteen op te schalen. Ook in Amsterdam is de communicatie niet afhankelijk van de GRIP-situatie. Daar hanteren ze in plaats van de GRIP-structuur, de zogenoemde vijfhoek. Brandweer en ambulance zit daar standaard bij in. Ook hebben niet alle veiligheidsregio's dezelfde functiebenamingen. Een van de aanbevelingen van commissie Noordanus over bovenregionale samenwerking is dan ook standaardisering bij de GRIP.'
    Scheidend burgemeester Bats houdt vol dat de opschaling een goede keus is geweest. In zijn ontslagtoespraak zei hij daar over: 'Een beslissing die we in de driehoek unaniem hebben genomen en waar ik de politie op deze plaats ook voor dank. De samenwerking was open, eerlijk, zoekend met elkaar naar het onbekende. (…) Onder vergelijkbare omstandigheden zou ik vandaag weer een GRIP3 afdwingen. Duidelijk en helder was dat de veiligheidsregio niet bereid was zonder die structuur tot inzet van mensen over te gaan.'

    Onderwerp: 'Dicky Woodstock' leerzame 'ramp' voor Veiligheidsregio IJsselland
    Thema: veiligheidsregio
    Datum: 14 maart 2013
    Lees hier verder bij de bron van het bericht >>

    STEENWIJKERLAND - Burgemeester Marja van der Tas van Steenwijkerland heeft vorig jaar augustus, van een fotograaf moeten horen dat een grote tent op het Dicky Woodstockfestival in Steenwijkerwold was ingestort.
    Ze is niet, zoals had gemoeten bij grootschalige alarmeringen, binnen twee minuten door de meldkamer geïnformeerd over het incident. Dat blijkt uit een interne evaluatie van de Veiligheidsregio IJsselland over het functioneren van de ramp- en crisisorganisatie het incident op festival in Steenwijkerwold. Dergelijke evaluaties zijn - om van te leren - standaard bij incidenten van deze omvang. De festivaltent in Steenwijkerwold stortte door plotseling heftig noodweer in; elf mensen belandden in het ziekenhuis. De burgemeester van Steenwijkerland stond op dat moment bij de gondelvaart in Dwarsgracht. Een fotograaf informeerde haar waarna Van der Tas richting rampplek vertrok. Uit de evaluatie blijkt voorts dat de centralist in de meldkamer - de calamiteitencoördinator (caco) - zich niet binnen twee minuten kon vrijmaken voor het coördinatiewerk. Pas 25 minuten nadat groot alarm was geslagen heeft de caco de eerste aantoonbare werkzaamheden verricht. Daarnaast heeft de caco niet continu informatie uitgewisseld met brandweer, politie en ambulancedienst. Voorts werkte het communicatiesysteem niet goed. Een aantal mensen van de gemeente en de Veilighedsregio kreeg de alarmering niet binnen en kwam dus niet opdagen om te helpen. Ter plaatse is de hulpverlening wel goed gegaan; het commando daar functioneerde naar behoren. In de evaluatie is nog een pluim uitgedeeld aan een lokale huisarts die spontaan hulp kwam verlenen.

    Onderwerp: Raad Groningen wil debat over rol Veiligheidsregio en Rehwinkel bij Project-X Haren
    Thema: veiligheidsregio
    Datum: 14 maart 2013
    Lees hier verder bij de bron van het bericht >>

    GRONINGEN - De raadscomissie Financiën en Veiligheid van de Gemeente Groningen praat in april over de rol van de Veiligheidsregio rond de Facebookrellen in Haren.
    Het bespreekpunt is op de agenda gezet door PvdA-raadslid Carine Bloemhoff: "Laten we kijken wat we van het rapport-Cohen kunnen leren, onder andere ten aanzien van de Veiligheidsregio."
    De SP heeft schriftelijke vragen gesteld over de rol van buregemeester Peter Rehwinkel, tevens voorzitter van de Veiligheidregio. Rehwinkel zou tijdens de rellen de inzet van bussen die feestgangers naar Groningen zouden vervoeren, hebben beperkt. Bloemhoff: "Mijn fractie wil breder kijken dan naar de rol van Rehwinkel, en het bijvoorbeeld ook over de groepsdynamiek tijdens evenementen hebben."
    Cohen constateerde dat opschalen naar rampenaanpak GRIP4, waarbij de Veiligheidsregio zou zijn ingeschakeld, averechts zou hebben gewerkt: de structuur van en rampenprotocol had belemmerend gewerkt voor wat in essentie een openbare-ordeprobleem was. Ook GRIP 3 was volgens Cohen al een station te ver.
    Burgemeester Rob Bats van Haren kondigde gisteravond zijn vertrek aan, en zette daarin vraagtekens bij de conclusies van Cohen: "Dames en heren, onder vergelijkbare omstandigheden zou ik vandaag weer een GRIP3 afdwingen. Duidelijk en helder was dat de veiligheidsregio niet bereid was zonder die structuur tot inzet van mensen over te gaan.
    Ook raadslid René Valkema (CDA) was kritisch over de Veiligheidsregio en Peter Rehwinkel, die meer steun had kunnen en moeten bieden: "Er was een weinig collegiale opstellig van de voorzitter van de Veiligheidsregio. We voelen ons in de steek gelaten. Zo voelt de nabijheid van de stad koud en kil aan."

    Onderwerp: Opstelten neemt extra maatregelen tegen voetbalgeweld
    Thema: veiligheid
    Datum: 15 maart 2013
    Lees hier verder bij de bron van het bericht >>

    Burgemeesters kunnen straks een langdurig gebiedsverbod, meldplicht of groepsverbod opleggen aan voetbalsupporters die voor het eerst worden betrapt op ernstige verstoring van de openbare orde. Bijvoorbeeld door het gooien van stenen naar de politie na afloop van een wedstrijd. Dit staat in een wetsvoorstel van minister Opstelten van Veiligheid en Justitie dat voor advies naar verschillende instanties is gestuurd, zoals het openbaar ministerie en de Raad voor de rechtspraak.
    Nu kunnen burgemeesters een 'first offender', ook als deze zich ernstig heeft misgedragen, slechts één of twee voetbalwedstrijden uit de omgeving van het voetbalstadion weren, zonder dat zij daarbij een meldplicht kunnen opleggen. Dit maakt het lastig de voetbaloverlast en de schade die daarvan het gevolg kan zijn te voorkomen en te beëindigen. Daarom krijgen burgemeesters meer ruimte 'first offenders' aan te pakken.
    De maatregel is onderdeel van een verscherpte aanpak van geweld om misstanden rond voetbalwedstrijden te voorkomen. Uit onderzoek blijkt dat de huidige wet goed wordt toegepast, maar dat er nog knelpunten zijn. De voorstellen van de minister nemen de obstakels weg door uitbreiding van de bestaande mogelijkheden om voetbalvandalisme te bestrijden.
    Ook krijgen burgemeesters de mogelijkheid een stadionverbod van de KNVB of een voetbalclub te 'versterken' met een meldplicht of een gebiedsverbod. Er moet wel sprake zijn van ernstige vrees voor verstoring van de openbare orde. Dat kan het geval zijn als een voetbalhooligan op de tribune heeft gevochten of vuurwerk heeft gegooid naar een vak met supporters van de tegenpartij.
    Opstelten komt met dit voorstel omdat de KNVB en de voetbalclubs geen meldplicht kunnen opleggen en het stadionverbod de relschoppers niet uit de omgeving van het voetbalstadion houdt, terwijl de hooligans daar vaak voor veel overlast zorgen. Ook de mogelijkheden van de burgemeester zijn beperkt omdat het voetbalstadion geen openbare ruimte is. Fout gedrag is daar geen verstoring van de openbare orde. Dit betekent dat de burgemeester eerst moet afwachten of de voetbalvandaal ook buiten het stadion in de fout gaat, voordat hij een meldplicht of gebiedsverbod kan opleggen. Dit bemoeilijkt preventief optreden. De minister wil dat veranderen.
    Straks kan een burgemeester ook een gebiedsverbod, meldplicht of groepsverbod opleggen voor de duur van negentig verschillende dagen, verspreid binnen één jaar. Afhankelijk van de gekozen variant kan het gaan om enkele tijdstippen op een dag, of een aantal aaneengesloten uren per dag. Daarmee kan een hooligan doelgerichter worden aangepakt omdat het beter aansluit bij het wedstrijdschema in het betaald voetbal. De periode van drie aaneengesloten maanden die nu geldt houdt een hooligan slechts enkele wedstrijden uit het risicogebied.
    Daarnaast verlengt de bewindsman de vrijheidsbeperkende maatregel die rechters kunnen opleggen van twee naar maximaal vijf jaar. Het helpt de bestrijding van voetbalgeweld omdat daar vaak sprake is van overlast met een periodiek karakter. Voetbalhooligans worden meestal alleen actief wanneer de 'eigen' club voetbalt, waardoor zij maar een beperkt aantal voetbalwedstrijden kunnen worden weggehouden van het voetbalstadion. Stel dat een voetbalhooligan het maximale gebiedsverbod van twee jaar heeft, dan wordt hij slechts 68 dagen (de dagen waarop de uit- en thuiswedstrijden van 'zijn' voetbalclub zijn) daadwerkelijk geraakt door het gebiedsverbod. De verlengde termijn van vijf jaar kan hiermee rekening houden.
    Door een voetbalhooligan met een langere vrijheidsbeperkende maatregel ook daadwerkelijk aan te pakken, kan vandalisme direct langdurig een halt worden toegeroepen en kan niet alleen recidivisten, maar ook first offenders duidelijk worden gemaakt dat het vandalisme direct moet ophouden. De rechter zal steeds in het concrete geval de duur van de vrijheidsbeperkende maatregel bepalen.
    Tot slot maakt het wetsvoorstel mogelijk dat de politie in de toekomst de meldplicht van een voetbalhooligan ook op andere wijze kan controleren, bijvoorbeeld via zijn geavanceerde mobiele telefoon. De politie bekijkt dan of hij zich vanaf een bepaalde plek buiten het 'verboden' gebied bevindt. Ordeverstoorders met een meldplicht gaan nu naar het politiebureau, of andere locaties als het gemeentehuis of bureau jeugdzorg.

    Onderwerp: Breda hield oefening crisisbeheersing
    Thema: crisisbeheersing
    Datum: 15 maart 2013
    Lees hier verder bij de bron van het bericht >>

    Breda, 14 maart 2013 - Ruim 100 medewerkers van de Gemeente Breda, van andere gemeenten en van de operationele hulpdiensten hebben donderdag 14 maart van 07.00 tot 12.00 uur meegewerkt aan een grootschalige crisisoefening. Deze oefening werd georganiseerd door de Gemeente Breda en de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant.
    Het doel van deze crisisoefening was om als gemeente adequaat te kunnen reageren op crisissituaties die zich kunnen voordoen. Het scenario van de oefening was een ongeval met gevaarlijke stoffen op het spoor, nabij station Breda. Een ketelwagen ontspoorde en lekte ammoniak met alle gevolgen van dien. Uiteindelijk werd in een korte periode een opvanglocatie voor 200 personen opengesteld aan de Topaasstraat. Daarnaast vormde onder andere de crisiscommunicatie een grote uitdaging in de oefening.
    Burgemeester Van der Velden toonde zich in een eerste reactie tevreden over het verloop van de oefening: "Zoals iedere oefening zijn er ook bij deze oefening leerpunten aan te wijzen, bijvoorbeeld als het gaat om crisiscommunicatie en het delen van informatie. Uiteraard gaan we hier, samen met de Veiligheidsregio, mee aan de slag. De kunst blijft om de verschillende onderdelen van de crisisorganisatie goed met elkaar te laten samenwerken. Deze oefening heeft ons weer veel informatie opgeleverd, die we meenemen naar een volgende oefening."

    Onderwerp: Veiligheidsregio Drenthe oefent 'ramp' bij Dwingeloo
    Thema: veiligheidsregio
    Datum: 15 maart 2013
    Lees hier verder bij de bron van het bericht >>

    Dwingeloo - Een grote brand op het Dwingelderveld, camping De Noordster die ontruimd moet worden, een aantal gewonden en het dorp Dwingeloo dat overspoeld wordt door honderdvijftig radeloze evacuees.
    Het scenario voor een grote oefening vanavond het de Veiligheidsregio Drenthe.
    Doel van de oefening rond het Dwingelderveld was de uitkomsten van het project Natuurbrandbeheersing en Zelfredzaamheid te testen. Bij de oefening moesten de brandweer, gemeente, Defensie, ambulancediensten, politie en de campings rond het Dwingelderveld samenwerken. Ook was er een rol voor RTV Drenthe als rampenzender weggelegd.
    Bij de oefening waren bijna zeshonderd mensen betrokken.

    Onderwerp: Rapportage 'Toezicht op zwemwater' geeft duidelijkheid
    Thema: veiligheid
    Datum: 16 maart 2013
    Lees hier verder bij de bron van het bericht >>

    REGIO - In verband met de nieuwe Zwemwaterwet die door de Rijksoverheid opgesteld wordt, heeft RGV - exploitant van veertien dagrecreatieterreinen in Gelderland met ruim 3,5 miljoen bezoekers op jaarbasis - een onderzoek laten uitvoeren door Crisislab en professor Helsloot van de Radboud Universiteit Nijmegen. De rapportage geeft duidelijkheid over het toezicht op zwemwater. Het rapport is inmiddels aangeboden aan Minister Schultz van Haegen van Infrastructuur en Milieu.
    ,,Een van de discussies die RGV zorgen baart, is die over het al dan niet verplicht toezicht op zwemwater. Naar onze mening wordt deze tot op heden onvoldoende onderbouwd en op basis van emoties gevoerd zowel in de politiek als in de media. Het is voor ons onmogelijk om op iedere locatie meerdere strandwachten in te zetten. Er zijn altijd delen die niet te zien zijn vanaf de kant. 100% veiligheid kunnen wij dus nooit bieden. Daarnaast is onze ervaring dat de uitgezette ballenlijnen voor voldoende bewustwording zorgen bij zwemmers. Naar ons idee is het ieders eigen verantwoordelijkheid om veilig te zwemmen, zo zijn ook ouders zelf primair verantwoordelijk voor het toezicht op hun kinderen en niemand anders. In de praktijk blijkt dat voor de RGV recreatiegebieden, waar wij jaarlijks ruim 3,5 miljoen bezoekers ontvangen en nergens strandwachten of reddingsbrigades hebben, prima te werken'', aldus RGV directeur Erik Droogh. RGV is sinds de start van het proces dat leidt tot een nieuwe Zwemwaterwet betrokken bij het wetgevingstraject. De uitkomsten van de discussie over deze nieuwe wetgeving kunnen consequenties hebben voor de wijze waarop RGV, en voor andere exploitanten van aangewezen zwemlocaties, haar taken uitvoert. Vanuit het belang van RGV met betrekking tot goed en veilig zwemwater en met inzet van haar expertise wil RGV een proactieve rol spelen bij de totstandkoming van de nieuwe Zwemwaterwet.
    Uit het onderzoek blijkt dat een maatschappij zonder risico's niet wenselijk en realistisch is. Principieel zijn risico's wenselijk omdat door (technologische) vernieuwingen de westerse samenleving zich heeft kunnen ontwikkelen tot de historisch gezien uniek veilige maatschappij die zijn nu is. Al was een wereld zonder risico's wel wenselijk, dan nog leert de realiteit dat er (financiële) keuzes gemaakt dienen te worden. Bij discussies rondom veiligheid moet maximale uit elke door overheid en private partijen te investeren euro gehaald worden. Het geld moet daar ingezet worden waar dat het meest bijdraagt aan daadwerkelijke veiligheid. Uit het onderzoek blijkt dat dat niet het geval zou zijn wanneer toezicht wettelijk verplicht zou worden gesteld bij zwemwater.
    Conclusies onderzoek professor Helsloot
    * Risico's dienen rationeel benaderd te worden.
    * Vrijwillige risico's zijn eigen verantwoordelijkheid.
    * Toezicht verplicht stellen heeft onvoldoende baten.
    * Zwemmers staan rationeel tegenover risico's.
    * Er is een rol voor de exploitanten.
    * Waken voor de 'risicoregelreflex'.

    RGV heeft de minister gevraagd kennis te nemen van de inhoud van het rapport en dit te betrekken bij het opstellen van de nieuwe Zwemwaterwet.
    RGV exploiteert tien dagrecreatiegebieden op de Veluwe, te weten: Bussloo, Heerderstrand, Kievitsveld, Nieuw Hulckesteijn, Strand Horst, Strand Nulde, Surfoever Hoge Bijssel, Zandenplas, Zeumeren en Rhederlaag en vier dagrecreatiegebieden in het Rijk van Nijmegen: Berendonck, Groene Heuvels, Mookerplas en Wylerbergmeer.

    Onderwerp: Nieuwe gemeenschappelijke meldkamer voor veiligheidsregio's Haaglanden en Hollands-Midden
    Thema: veiligheidsregio
    Datum: 16 maart 2013
    Lees hier verder bij de bron van het bericht >>

    Meldkamer en Regionaal Coördinatiecentrum van Veiligheidsregio Haaglanden klaar voor de toekomst. Vanaf dinsdag 12 maart wordt hulpverlening van de politie, brandweer en ambulance in de Veiligheidsregio Haaglanden gecoördineerd en aangestuurd vanuit een nieuwe, ultramoderne gemeenschappelijke meldkamer. De meldkamer verricht diensten voor de Politie Eenheid Den Haag en de Veiligheidsregio Haaglanden. In de meldkamer komen onder meer alle meldingen van 112 binnen.
    Voor opschaling tijdens omvangrijke incidenten, grote evenementen en demonstraties die regelmatig in de regio Den Haag plaatsvinden, is ook het Regionaal Coördinatiecentrum (RCC). Het RCC is net als de meldkamer gevestigd in gebouw 'De Yp' in Ypenburg.
    Vijf jaar is gewerkt aan de nieuwe meldkamer en het nieuwe Regionaal Coördinatiecentrum. Ewald Beld, chef meldkamer en projectleider van de nieuwe meldkamer in De Yp: "De technische levensduur van de oude meldkamer was verstreken. Met de komst van het nieuwe gebouw van de Politie Eenheid Den Haag in De Yp, was de bouw van een nieuwe gemeenschappelijke meldkamer en Regionaal Coördinatiecentrum (RCC) een logische keuze."
    Vanaf de start van het meldkamerproject lag de focus op innovatie en maatschappelijk verantwoorde ambitie. Dat laatste met het oog op kwaliteit, kosten, milieu en duurzaamheid. Innovatie was een speerpunt om uitdagingen en veranderingen in de toekomst goed aan te kunnen. De hulpverlening en het thema Veiligheid bewegen zich immers in een veld van elkaar snel opvolgende ontwikkelingen wat de nodige flexibiliteit vereist.
    Het centrale doel was continu: de juiste dienst- en hulpverlening blijven bieden en de veiligheid van de burger garanderen. In het project kreeg de mens de hoofdrol. Ewald Beld: "De meldkamer is mensenwerk. Daarom is er voor gekozen om juist door innovatie de mens centraal te stellen. Terug naar de eenvoud, in alles. Met technieken en kennis van nu. We zijn een lifeline voor de burger. Een lifeline voor de collega's op straat. Die basis moet altijd goed zijn."
    De gewenste uitstraling van de nieuwe meldkamer was er één van professionaliteit, orde en rust zodat de medewerkers al hun aandacht kunnen geven aan de vaak veeleisende taak. Bij het ontwerp is gedacht vanuit het perspectief van de medewerker van de meldkamer. Dit vertrekpunt heeft de basis voor het totale ontwerptraject gevormd. Voor het ontwerp tekende het Haagse architectenbureau Van Mourik Architecten. Meest opvallende element is de speciaal voor dit project ontwikkelde meldkamertafel met vier beeldschermen.
    In de meldkamer komen naast alle meldingen van 112, ook die van particuliere alarmcentrales (PAC's) binnen en de meldingen van hulpverleners in de regio. De meldkamer wordt ook ingezet bij alarmeringen voor Amber Alert, Burgernet en NL Alert. Het Regionaal Coördinatiecentrum ondersteunt als opschaling vereist is, zoals tijdens een omvangrijk incident of bij demonstraties.






    Actueel:


    Begrippen:

    Crisis:
    een situatie waarin een vitaal belang van de samenleving is aangetast of dreigt te worden aangetast.

    Crisisbeheersing:
    het geheel van maatregelen en voorzieningen, met inbegrip van de voorbereiding daarop, dat het gemeentebestuur of het bestuur van een veiligheidsregio in een crisis treft ter handhaving van de openbare orde, indien van toepassing in samenhang met de maatregelen en voorzieningen die op basis van een bij of krachtens enige andere wet toegekende bevoegdheid ter zake van een crisis worden getroffen.