Week: 27 van 01 tot en met 07 juli 2012


Nieuws van Internet:
  • Blauwdruk voor materieelbeheer Brandweer
  • Veiligheidsregio benadrukt belang van veiligheidsanalyses
  • Vodafone voldeed aan brandveiligheidseisen
  • Zeeland moet toch opdraaien voor kosten waterveiligheid
  • Eerste generatie oplossingen voor lange termijn waterveiligheid
  • Crisismanagement cruciaal voor communicatie-directeuren
  • Geld voor HZ-onderzoek naar veerkrachtige gemeenschappen
  • Communicatie is vooral crisismanagement
  • Veiligheidsregio zet rem op eigen uitgaven
  • Opstelten bezoekt Fier Fryslân
  • Brandweer Rotterdam-Rijnmond later bij branden
  • GRIP op brandpreventietaken Veiligheidsregio Utrecht
  • Meerlaagse waterveiligheid: prijs niet normen maar waarde
  • Kwaliteit onderwijs op Politieacademie scoort voldoende
  • Grootste digitale dreiging door spionage en cybercriminaliteit
  • Reddingsbrigades in veiligheidsregio's


  • Onderwerp: Blauwdruk voor materieelbeheer Brandweer
    Thema: veiligheidsregio
    Datum: 01 juli 2012
    Lees hier verder bij de bron van het bericht >>

    De blauwdruk is van en voor de Veiligheidsregio's en biedt richting en ondersteuning bij de inrichting en de ontwikkeling van het materieelbeheer. In deze blauwdruk ligt de focus op alle aspecten die noodzakelijk zijn voor de regionalisering van het materieelbeheer en de materieelbeheerfunctie.
    Het doel van de blauwdruk is om te komen tot een optimale en eenduidige inrichting voor het materieelbeheer en de materieelbeheerfunctie in de 4/55 Veiligheidsregio. De blauwdruk biedt handvatten voor de veiligheidsregio's voor de inrichting van geregionaliseerd materieelbeheer. En schetst daarbij de stip op de horizon. De blauwdruk schrijft niet voor in welke organisatievorm het materieelbeheer in de Veiligheidsregio gegoten dient te worden. De blauwdruk biedt ruimte om te kiezen voor een sectoren- of een clustermodel. Passend bij uw regio zal de organisatie van het materieelbeheer vorm krijgen. De blauwdruk helpt u wel bij het maken van uw keuzes.

    Onderwerp: Veiligheidsregio benadrukt belang van veiligheidsanalyses
    Thema: veiligheidsregio
    Datum: 2 juli 2012
    Lees hier verder bij de bron van het bericht >>

    Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (VRR) vraagt bedrijven meer aandacht te besteden aan brandveiligheid. Aanleiding voor dit advies is een onderzoek dat de VRR verrichtte naar een brand eerder dit jaar in een bedrijfspand op bedrijventerrein Rotterdam Noord-West.
    Om er zeker van te kunnen zijn dat de vitale processen van een bedrijf door kunnen blijven gaan, moeten ondernemers ook kijken naar de brandveiligheid van het gebouw waarin ze zitten. De VRR adviseert een grondige risicoanalyse van het complete gebouw te maken en te investeren in risicobeheersing.
    De brand die begin april woede in een bedrijfspand waarin ook de firma Vodafone gevestigd was, richtte veel schade aan. In een groot deel van Nederland vielen de telefoonverbindingen van abonnees van Vodafone weg. De brandweer, onderdeel van de VRR, concludeert in het rapport dat het gebouw aan alle bouwtechnische brandveiligheidseisen voldeed. Verder had het telecombedrijf zelf stevige brandveiligheidseisen getroffen in het eigen deel van het pand. Ook het buurbedrijf in hetzelfde gebouw voldeed aan de geldende regelgeving. Het had een 'laag risicoprofiel' waarvoor geen bijzondere brandveiligheidseisen golden.
    Dat de brand toch zo'n grote schade kon aanrichten is volgens de VRR vooral het gevolg van gemiste kansen op het gebied van pro-actie en preventie. De brand ontstond niet in het pand van Vodafone, maar bij het buurbedrijf. Door het ontbreken van een brandmeldinstallatie bij dat bedrijf kon het vuur zich langere tijd ontwikkelen en werd de brand pas ontdekt toen de rook al doordrong in het naastgelegen bouwdeel van Vodafone. Toen de brandweer ter plaatse kwam, was de brand al uitslaand.

    Onderwerp: Vodafone voldeed aan brandveiligheidseisen
    Thema: veiligheidsregio
    Datum: 2 juli 2012
    Lees hier verder bij de bron van het bericht >>

    ROTTERDAM - De telefooncentrale van Vodafone in Rotterdam, die door een brand op 4 april volledig werd verwoest waardoor abonnees van het bedrijf dagenlang niet konden bellen, voldeed aan alle brandveiligheidseisen.
    De voorzieningen die het telecombedrijf had getroffen, waren zelfs zwaarder dan wettelijk voorgeschreven. Dat zegt de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond in een maandag verschenen rapport.
    De brand ontstond die ochtend om 5 uur bij het buurbedrijf met een laag risicoprofiel. Daardoor was dit deel van het pand niet uitgerust met een brandmeldinstallatie. Dat er brand was, werd pas ontdekt toen het vuur zich via het dak had verspreid naar Vodafone.
    Bij aankomst, zeven minuten na de eerste melding, trof de brandweer een uitslaande brand aan met zware rookontwikkeling. Volgens het rapport is door de verwoestende kracht van de brand niet meer te achterhalen hoe deze is ontstaan. Er zijn geen sporen van braak aangetroffen. Ook voor brandstichting is geen bewijs gevonden.

    Onderwerp: Zeeland moet toch opdraaien voor kosten waterveiligheid
    Thema: waterveiligheid
    Datum: 02 juli 2012
    Lees hier verder bij de bron van het bericht >>

    DEN HAAG - Zeeland moet toch opdraaien voor de extra kosten voor waterveiligheid.
    Staatssecretaris Joop Atsma (Infrastructuur) stelt echter dat de miljoenen euro's die waterschap Scheldestromen extra kwijt is niet moet verhalen op de Zeeuwen maar moet betalen door op kosten te besparen.
    Dat schrijft de staatssecretaris aan de Tweede Kamer. Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen hebben vorig jaar afgesproken dat de kosten voor waterveiligheid anders worden verdeeld. Op termijn slaan die vooral neer in provincies met veel dijken. Waterschap Scheldestromen ziet de kosten daardoor vanaf 2030 jaarlijks met 4 tot 5 miljoen euro stijgen (afhankelijk van de zeespiegelrijzing en eventuele aanpassing van de normen). De kosten zullen (deels) moeten worden doorberekend aan de Zeeuwen. Maar staatssecretaris Atsma denkt dat waterschappen de hogere kosten zullen compenseren met kostenbesparingen. Daardoor zullen Zeeuwen er nauwelijks iets van merken is zijn verwachting.

    Onderwerp: Eerste generatie oplossingen voor lange termijn waterveiligheid
    Thema: waterveiligheid
    Datum: 02 juli 2012
    Lees hier verder bij de bron van het bericht >>

    Klimaatverandering leidt op verschillende manieren tot maatschappelijke effecten. Een van deze effecten is dat het handhaven van de waterveiligheid op meer gespannen voet komt met economische functies zoals de scheepvaart. Het vaker optreden van hoge waterstanden leidt in het Rijnmondgebied tot hogere sluitfrequenties van de Maeslantkering en andere waterkeringen. In het kader van het Deltaprogramma vindt analyse plaats van de gevolgen van strategische keuzes rond waterveiligheid, economische toegankelijkheid en milieukwaliteit in het waterbeheer. In deze deelrapportage staat de invloed van de gevolgen van klimaatverandering op de scheepvaart in de regio Rijnmond-Drechtsteden centraal. Wat is de schade aan de bereikbaarheid voor de scheepvaart door het vaker of permanent sluiten van de waterkeringen in de Rijnmond of het afsluiten van de Nieuwe Waterweg? De uitkomsten van de rapportage worden gebruikt als input voor het in kaart brengen van strategische keuzes en het bijdragen aan verkenning van toekomstige kosten en baten.

    Onderwerp: Crisismanagement cruciaal voor communicatie-directeuren
    Thema: crisismanagement
    Datum: 02 juli 2012
    Lees hier verder bij de bron van het bericht >>

    Onderzoek van Spencer Stuart toont aan dat bijna twee derde (65 procent) van de communicatiedirecteuren of chief communications officers (CCO's) wereldwijd, ervaring met crisismanagement als de sleutel tot succes ziet.
    Dat is bijna een verdubbeling sinds de eerste editie van de enquête in 2007, toen slechts 33 procent van de CCO's crisismanagement als succesfactor noemde. De cijfers komen uit de jaarlijkse enquête, The Rising CCO (pdf) uitgevoerd door het wervings- en selectiebureau Spencer Stuart en het PR-bureau Weber Shandwick. 70 procent van de internationale CCO's gaf aan dat hun onderneming in de afgelopen twee jaar met een reputatiebedreiging te maken kreeg. Het is dan ook geen verrassing dat 65 procent stelt dat het verbeteren van de bedrijfsreputatie hun hoogste prioriteit is.
    Een crisis brengt grote kosten met zich mee voor de organisatie die erdoor getroffen wordt. De meeste CEO's (74 procent) spenderen tijd aan het bestrijden van een crisis. Het duurt gemiddeld 15 maanden om een crisis te boven te komen en een dergelijke crisissituatie zorgt voor heel wat extra zorgen: er is bijvoorbeeld meer media-aandacht (60 procent), meer controle door overheidsorganen (51 procent) en een terugval in het moreel van de werknemers (42 procent).
    Vandaag zegt veertig procent van de CCO's wereldwijd voorbereid te zijn op een bedreiging via sociale media. In 2010 was dat slechts 33 procent. Sociale media zijn het snelst groeiende communicatiemiddel voor CCO's wereldwijd. Toch liggen sociale media niet aan de basis van alle crisissen waarmee CCO's vandaag de dag geconfronteerd worden. Bijna de helft van de CCO's (46 procent) die in de afgelopen twee jaar een crisis heeft meegemaakt, zei dat sociale media geen rol hebben gespeeld in de crisis. Slechts zeven procent zei dat de crisis ontstond via sociale media-platformen. Zelfs wanneer sociale media een rol spelen in het ontstaan van de crisis, bleken ze vaker een instrument om de crisis op te lossen dan een middel om de crisis te doen escaleren, aldus de CCO's.
    Bijna acht op tien CCO's wereldwijd (76 procent) is van mening dat maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) van cruciaal belang is om een bedrijfsreputatie veilig te stellen. Daarom erkent ongeveer de helft (52 procent) van de CCO's wereldwijd de groeiende behoefte aan een toegewijde MVO-communicatieprofessional. Bijna vier op tien (38 procent) CCO's wierven in het afgelopen jaar personen met MVO-communicatie-ervaring aan of is van plan om dit in de loop van het volgende jaar te doen. Er wordt meer belang gehecht aan MVO-expertise binnen bedrijven die de afgelopen twee jaar een crisis meemaakten, dan binnen bedrijven die niet getroffen werden door een crisis (respectievelijk 82 procent versus 63 procent).
    Hoe worden CCO's beoordeeld? De voornaamste manieren om CCO's en hun communicatie-effectiviteit te beoordelen zijn respectievelijk positieve berichtgeving in de media (80 procent) en werknemerstevredenheid/-betrokkenheid (79 procent). Opvallend is dat werknemerstevredenheid sterk in belang is toegenomen sinds 2007 (van 61 procent in 2007 naar 79 procent in 2012).
    De 142 deelnemers aan het onderzoek zijn actief binnen bedrijven in Noord-Amerika, Europa, Azië en Latijns-Amerika. De meerderheid van de respondenten werkt voor een Fortune 500 bedrijf. Het onderzoek werd online uitgevoerd van januari tot maart 2012.

    Onderwerp: Geld voor HZ-onderzoek naar veerkrachtige gemeenschappen
    Thema: waterveiligheid
    Datum: 03 juli 2012
    Lees hier verder bij de bron van het bericht >>

    MIDDELBURG - HZ Delta Academy krijgt subsidie voor haar onderzoeksproject Resilient Delta, dat tot doel heeft gemeenschappen veerkrachtig te maken zodat ze in crisissituaties minder snel terugvallen op overheidsdiensten.
    De onderzoeksgroep Waterveiligheid & Ruimtegebruik van de HZ krijgt de stimuleringsbijdrage via het innovatieplatform SIA RAAK. Het geld wordt gebruikt om in Zeeland veerkrachtige ('resilient') communities op te bouwen. Centraal daarin staat de zelfredzaamheid van burgers crisissituaties en de beschikbaarheid van aanvullende zorg-, hulp- en dienstverlening door overheidsdiensten. Resilient Deltas is een voor Nederland nieuw fenomeen. Burgers worden hierin co-producenten van hun eigen zorg en veiligheid. Binnen het project wordt samengewerkt met Veiligheidsregio Zeeland, Politieregio Zeeland, GGD Zeeland, gemeente Veere en Rijkswaterstaat Zeeland.

    Onderwerp: Communicatie is vooral crisismanagement
    Thema: crisismanagement
    Datum: 03 juli 2012
    Lees hier verder bij de bron van het bericht >>

    Dat blijkt uit internationaal onderzoek van wervings- en selectiebureau Spencer Stuart en Weber Shandwick. Bijna twee derde (65 procent) van de communicatiedirecteuren of chief communications officers (CCO's) wereldwijd, ziet ervaring met crisismanagement als de sleutel tot succes. In 2007was dat slechts 33 procent.
    Een crisis brengt grote kosten met zich mee voor de organisatie die erdoor getroffen wordt. De meeste CEO's (74 procent) spenderen tijd aan het bestrijden van een crisis. Het duurt gemiddeld vijftien maanden om een crisis te boven te komen en een dergelijke crisissituatie zorgt voor heel wat extra zorgen en werk: er is bijvoorbeeld meer media-aandacht (60 procent), meer controle door overheidsorganen (51 procent) en een terugval in het moreel van de werknemers (42 procent).
    Steeds meer werkgevers houden rekening met de schade die via sociale media kan worden aangericht aan de reputatie van het bedrijf. Uit het onderzoek van Spencer Stuart en Weber Shandwick blijkt echter dat sociale media veel vaker de oplossing dan de veroorzaker van problemen zijn.
    Bijna de helft van de chief communications officers (46 procent) die in de afgelopen twee jaar een crisis heeft meegemaakt, zei dat sociale media geen rol hebben gespeeld in de crisis. Slechts 7 procent zei dat de crisis ontstond via sociale media-platformen. Een opmerkelijke vaststelling: zelfs wanneer sociale media een rol spelen in het ontstaan van de crisis, bleken ze vaker een instrument om de crisis op te lossen dan een middel om de crisis te doen escaleren, aldus de CCO's (respectievelijk 34 procent versus 22 procent).

    Onderwerp: Veiligheidsregio zet rem op eigen uitgaven
    Thema: veiligheidsregio
    Datum: 04 juli 2012
    Lees hier verder bij de bron van het bericht >>

    MIDDELBURG - Het hoofdkantoor van de Veiligheidsregio Zeeland (VRZ) vertrekt mogelijk uit Middelburg.
    Het bestuur heeft het huurcontract voor het gedeelde kantoorgebouw met de politie aan de Segeersingel opgezegd.
    De directie gaat op zoek naar een goedkopere locatie. Voorzitter Jan Lonink sluit niet uit dat die plek buiten de provinciehoofdstad wordt gevonden. De bedoeling is dat er een gezamenlijk servicecentrum komt met de GGD in Goes, waarin administratieve diensten worden ondergebracht. Daarnaast is het volgens Lonink de bedoeling zoveel mogelijk decentraal te werken, vanuit de gemeentehuizen. Zoals eerder gemeld wordt ook wordt het aantal arbeidsplaatsen met 35 terugebracht. Dat kan zonder gedwongen ontslagen, aldus Lonink.

    Onderwerp: Opstelten bezoekt Fier Fryslân
    Thema: veiligheidshuis
    Datum: 04 juli 2012
    Lees hier verder bij de bron van het bericht >>

    Minister Opstelten van Veiligheid en Justitie heeft op 4 juli in Leeuwarden een kennismakingsbezoek gebracht aan Fier Fryslân, een centrum dat opvang en hulpverlening biedt aan slachtoffers van loverboys, eergerelateerd geweld en buitenlandse kinder- en mensenhandel.
    De minister sprak met Fier over kansen en knelpunten in de aanpak van mensenhandel. Ook sprak hij er met slachtoffers van loverboys. Tijdens het werkbezoek is vooral gesproken over de noodzaak van gespecialiseerde zorg voor slachtoffers van mensenhandel.
    Minister Opstelten is enthousiast over de manier van werken bij Fier: 'Fier Fryslân heeft een stevige, resultaatgerichte aanpak die mij zeer aanspreekt. Er wordt door de leiding en de medewerkers uitstekend werk verricht bij de opvang en behandeling van slachtoffers van mensenhandel en eergerelateerd geweld.
    Mensenhandel is een zwaar delict en de aanpak ervan is een prioriteit van het kabinet. Bij mensenhandel gaat het om langdurige en herhaalde schending van persoonlijke vrijheid en lichamelijke integriteit. Een bekend voorbeeld van mensenhandelaren zijn loverboys, die hun slachtoffers de prostitutie in dwingen.

    Onderwerp: Brandweer Rotterdam-Rijnmond later bij branden
    Thema: veiligheidsregio
    Datum: 04 juli 2012
    Lees hier verder bij de bron van het bericht >>

    De beroepsbrandweer in Rotterdam is in 2011 vaker te laat bij een brand aangekomen dan het jaar ervoor. Dat blijkt uit het jaarverslag van de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (VRR). In 2011 was de brandweer in 17 procent van alle Rotterdamse branden te laat, een toename van drie procent ten opzichte van het jaar ervoor.
    Volgens directeur Littooij van de Veiligheidsregio worden de aanrijtijden in Rotterdam sterk beinvloedt door de verkeerssituatie. "Nu is bijvoorbeeld de Maastunnel weer afgesloten. Daardoor kunnen de aanrijtijden het ene jaar wat minder zijn dan het andere jaar."
    De brandweer mag er maximaal acht minuten over doen om een brand te bereiken. Bij de vrijwillige brandweer scoren vooral Goedereede en Oostflakkee slechter. In de helft van de gevallen deed de brandweer er daar langer dan acht minuten over om bij de brand aan te komen.
    Directeur Littooij van de VRR vindt dat er te eenzijdig gekeken wordt naar aanrijtijden. "Door de grote afstanden is het in landelijke gebieden zoals Goeree Overflakkee nou eenmaal onmogelijk om de wettelijke aanrijtijden te halen. Ik vind dat daar bij de evalutie van de Wet op de Veiligheidsregio's nog eens goed naar gekeken moet worden. Mijn pleidooi is dat we meer investeren in het voorkomen van branden en in de kwaliteit van de brandweerzorg en dat in combinatie met de aanrijtijden."
    Niet alleen de aanrijtijden van de brandweer in beide gemeenten op Goeree-Overflakkee loopt in vergelijking met andere gemeenten achter, ook de snelheid van de ambulancezorg kan beter. In zeventig procent van de gevallen krijgen patiënten hulp binnen de afgesproken tijd. Dat is al twintig procent beter dan in 2010. Die vooruitgang komt vooral door de inzet van rapid responder, een verpleger die met een auto voor de eerste hulp bij incidenten zorgt.
    Maassluis heeft de VRR ook gevraagd om te kijken naar mogelijkheden om de aanrijtijden voor ambulances te verbeteren. Nu is een op de vier ritten te laat. Onderzocht wordt op de wagens op een andere plek worden gestationeerd of dat ook de rapid responder in Maassluis wordt gezicht.

    Onderwerp: GRIP op brandpreventietaken Veiligheidsregio Utrecht
    Thema: veiligheidsregio
    Datum: 05 juli 2012
    Lees hier verder bij de bron van het bericht >>

    Sinds eind 2010 vallen preventietaken grotendeels onder de werkingssfeer van de Wet Algemene bepalingen omgevingsrecht. Dat betekent dat op eenduidige wijze inzichtelijk moet worden gemaakt welke problemen er spelen ten aanzien van te verwachten negatieve effecten en het naleefgedrag van bedrijven en burgers. Hoe krijg je als Veiligheidsregio Utrecht grip op deze regionale preventietaken van 26 Utrechtse gemeenten en welke capaciteit is hiervoor toereikend. Dat is de uitdaging die adviesbureau Oranjewoud samen met adviesbureau SAVE in opdracht van de Veiligheidsregio Utrecht heeft opgepakt.
    Het onderzoek richt zich op de Preventiewerkzaamheden van de Veiligheidsregio: de werkzaamheden die de brandweer uitvoert ter voorkoming van een incident. Het project betreft ten eerste de ontwikkeling van een softwaremodel waarmee de Veiligheidsregio in de toekomst zelf de prioriteiten in de uit te voeren werkzaamheden en de daarvoor benodigde capaciteit kan bepalen. Dit gaat de basis bieden voor de afspraken die de Veiligheidsregio gaat maken in de dienstverleningsovereenkomsten met de 26 gemeenten binnen de regio Utrecht. Als basis voor het model wordt de reeds ontwikkelde Risicomodule verder doorontwikkeld tot de Risicomodule Preventietaken. In het model worden de taken voor vergunningverlening, advisering, toezicht en handhaving en de projecten doorgerekend. Kenmerken van de oplossing zijn; transparantie, flexibiliteit, moderne kentallen en risicogestuurde werkwijze.
    Daarnaast omvat het project een doorlichting en advies over de organisatie van de werkzaamheden binnen de vijf districten van de Veiligheidsregio Utrecht en de centrale afdeling Risicobeheersing. Hierin zal worden ingegaan op onder andere de organisatiestructuur, de taakverdeling tussen vergunningverlening en toezicht, formatieverdelingen, kwaliteitscriteria voor het personeel en toekomstige ontwikkelingen (bijvoorbeeld de vorming van Regionale Uitvoeringsdiensten).
    Een op maat gemaakt overzicht van risico's en de daarvoor benodigde capaciteit voor de uitvoering vergunningverlening, advisering, toezicht en handhaving en juridische ondersteuning per Utrechtse gemeente. De Veiligheidsregio zet hiermee haar dienstverlening zo optimaal mogelijk in op de specifieke vragen en problemen die voorkomen in deze gemeenten.

    Onderwerp: Meerlaagse waterveiligheid: prijs niet normen maar waarde
    Thema: waterveiligheid
    Datum: 05 juli 2012
    Lees hier verder bij de bron van het bericht >>

    Binnen het Deltaprogramma wordt gespeculeerd over strengere normen voor overstromingskansen, terwijl de waardeontwikkeling achter onze dijken daar geen rol lijkt te spelen. Met de omarming van het concept Meerlaagse Veiligheid door de Tweede Kamer in april komt hier verandering in. In mei maakten TNO en DHV met een selecte groep waterveiligheidsexperts de balans op van wat dit betekent voor de praktijk. De vraag die centraal stond is: hoe kan Nederland de verwachte toename van wateroverlast in het Deltagebied op een doelmatige en verantwoorde manier het hoofd bieden? Klimaatverandering, het economisch tij en de exponentiële waardeontwikkeling achter onze dijken sinds de watersnoodramp van 1953 rechtvaardigen een herbezinning op de aanpak van waterveiligheid. Wouter Jonkhoff, infrastructuureconoom bij TNO: 'De afgelopen jaren is gestuurd op de handhaving van wettelijk vastgestelde normen rond de overstromingskans van waterwerken. Nu is het tijd voor een volledige risicobenadering waarbij er naast het verkleinen van de overstromingskans aandacht komt voor het beperken van de gevolgschade; deze is direct gekoppeld aan de waardeontwikkeling in een gebied. Op het terrein van waterveiligheid ligt er het komende decennium voor het Rijk, provincies en waterschappen een geweldige opgave.'
    Jonkhoff: 'De huidige normen in Nederland zijn in vergelijking met het buitenland uitzonderlijk streng. We willen bestand zijn tegen weersomstandigheden die eens per 10 duizend jaar voorkomen. Al met de huidige normen blijkt het financieel nauwelijks haalbaar om alle 22 duizend kilometer waterkeringen op het gewenste normniveau te brengen en te houden; een kwart van onze waterkeringen is nog niet op orde. Laat staan dat strengere normen zullen worden gehaald, zeker met de vooruitzichten van krimpende budgetten bij waterbeheerders. We stellen normen, maar staan toe dat ze niet worden gehaald. In de waterveiligheidsector wordt zesjaarlijks (straks twaalfjaarlijks) getoetst op de veiligheid van waterkeringen, maar er is geen wettelijk vastgelegde verantwoordingsplicht, zoals bij brandveiligheid
    Economisch onderzoek laat zien dat versterking van dijken en de bijbehorende verlaagde overstromingskans kunnen bijdragen tot het aantrekken van extra economische ontwikkeling achter de dijk. Dit verschijnsel is in meerdere delta's waargenomen. Door de verwachte klimaatverandering neemt het risico van overstromingen, dat het product is van kans en gevolg, toe.' In een recente studie is een vergelijking gemaakt tussen de Britse en de Nederlandse benadering van waterveiligheid. Bij overstromingskansen van eens in de 75 jaar langs rivieren in Engeland laat men het wel uit zijn hoofd om te investeren in vitale voorzieningen of kapitaalintensieve bedrijven. Daar liggen de overstromingsrisico's bij de eigenaren en bewoners. Tevens geldt daar de verplichting tot het verzekeren tegen overstromingsrisico's. Jonkhoff: 'Deze Angelsaksische werkwijze bevat een les voor ons waterbeheer: als overstromingskansen heel klein zijn, wordt er minder bewust mee omgegaan.'
    Volgens de waterveiligheidsexperts die in mei bijeenkwamen combineert effectieve risicobeperking een strenge, gehandhaafde norm voor de overstromingskans met schade- en slachtoffervermindering (Meerlaagse Veiligheid). Dit is doelmatiger dan strengere normen voor overstromingskansen. Investeringen in waterveiligheid moeten explicieter worden afgewogen tegen de waardeontwikkeling van infrastructuur en woonomgevingen aan het water. Deze waardeontwikkeling komt ten goede aan bewoners, dus is het realistisch om van de bewoners ook een bijdrage te vragen. Hier ligt een kans voor waterbeheerders om de investeringslasten in waterveiligheid te delen met betrokken burgers. De risico's moeten zoveel mogelijk liggen bij de partijen die hierop het meeste zicht hebben. Afstemming met alle ruimtelijk belanghebbenden is daarom nodig. Water governance zal niet langer louter op normen zijn gericht, maar decentraal en waardegericht moeten worden georganiseerd.

    Onderwerp: Kwaliteit onderwijs op Politieacademie scoort voldoende
    Thema: veiligheid
    Datum: 05 juli 2012
    Lees hier verder bij de bron van het bericht >>

    De kwaliteit van het onderwijs op de Politieacademie is voldoende van kwaliteit. Op een aantal punten moet echter nog verdergaande vooruitgang worden geboekt. De Politieacademie moet vóór 1 september met een plan komen voor verbetering van het politieonderwijs. Alle verbeteringen moeten eind 2013 zijn gerealiseerd. Dat schrijft minister Opstelten aan de Tweede Kamer naar aanleiding van het rapport van de Inspectie Veiligheid en Justitie (IVenJ) 'Staat van het Nederlandse Politieonderwijs 2011'.
    De Inspectie VenJ komt tot het eindoordeel dat de kwaliteit van het initiële mbo-opleidingen (niveau 2, 3 en 4) en het postinitiële onderwijs van voldoende kwaliteit is. Op een aantal onderdelen is de kwaliteit van het politieonderwijs echter nog niet in orde en is er geen zicht op verbetering op redelijke termijn. De Inspectie constateert dat de Politieacademie de afgelopen jaren vooruitgang heeft geboekt. Zo zijn er kwaliteitsslagen gemaakt op het gebied van werving, selectie en voorlichting. De studenten hebben tijdens de onderwijsperioden voldoende voorzieningen tot hun beschikking en die zijn over het algemeen van goede kwaliteit. Docenten van de academie beschikken over voldoende didactische en vakinhoudelijke competenties. Ook is de Inspectie positief over de begeleiding van studenten tijdens hun instituutsperioden. Maar studenten besteden in het initiële onderwijs ondanks eerdere getroffen maatregelen gemiddeld fors minder tijd aan hun opleiding dan daarvoor staat. De IVenJ merkt daarbij op dat voor de initiële opleidingen die zijn gestart in 2012 deze studieduur aanzienlijk is teruggebracht. De Inspectie constateert dat de aanpak van een aantal hardnekkige verbeterpunten uitblijft. Zo is de begeleiding van studenten in de praktijkdelen van het postinitiële onderwijs nog niet op orde.
    De Politieacademie heeft in reactie op de bevindingen aangegeven dat de conclusies worden overgenomen. In samenwerking met de korpsen en de kwartiermaker nationale politie worden voortvarend de verbeteringen doorgevoerd. Deze maatregelen moeten duidelijk maken op welke wijze en wanneer de verbeterpunten opgepakt en opgelost zullen worden. Eind 2013 moeten alle verbeterpunten zijn gerealiseerd. Minster Opstelten zal toezien op het bewaken van de voortgang van de maatregelen. De belangrijkste verbeterpunten uit het rapport van de IVenJ betreffen de borging van verschillende onderwijsprocessen en het verhogen van onderwijsrendement alsmede de sturing op de implementatie van vernieuwingen in de onderwijspraktijk.
    Eens in de vier jaar brengt de Inspectie VenJ "De Staat van het Nederlandse Politieonderwijs" uit. Met als doel inzicht te bieden in, en een oordeel te geven over, de kwaliteit en de ontwikkelingen binnen het politieonderwijs.

    Onderwerp: Grootste digitale dreiging door spionage en cybercriminaliteit
    Thema: veiligheid
    Datum: 06 juli 2012
    Lees hier verder bij de bron van het bericht >>

    Digitale spionage en digitale criminaliteit blijven de grootste digitale dreigingen waar Nederland mee wordt geconfronteerd. Zowel overheid, bedrijfsleven en burgers blijven kwetsbaar omdat zij een gewild doelwit zijn. Gezien de ernst moeten de dreigingen daarom onveranderd de aandacht krijgen. Dat staat in het tweede Cybersecuritybeeld Nederland dat minister Opstelten van Veiligheid en Justitie vandaag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.
    Op hoofdlijnen zijn er ten opzichte van het eerste Cybersecuritybeeld Nederland geen grote verschuivingen in dreigingen waarneembaar. Van de (heimelijke) activiteiten van staten en beroepscriminelen gaat nog steeds de grootste dreiging uit. Wel zijn de handelingen van de hacktivisten, beroepscriminelen en cyberonderzoekers de afgelopen periode zichtbaarder geweest.
    Kwaadwillenden zijn steeds sneller in staat zwakheden te misbruiken ten opzichte van de soms lange doorlooptijden die leveranciers nodig hebben om patches uit te brengen en voor gebruikers om de patches te implementeren. Ondanks initiatieven tot verbetering houden de maatregelen, methodes en initiatieven tot verdediging nog geen gelijke tred met de motivatie, doorzettingsvermogen en de middelen van staten en cybercriminelen.
    De waarde van informatie wordt vaak nog onderschat. Identiteitsgegevens, bedrijfsinformatie of kwetsbaarheden van software hebben voor verschillende actoren een grote waarde of worden voor grote bedragen verhandeld. Zo was een aantal incidenten gedurende de raportageperiode te wijten aan simpele kwetsbaarheden die voorkomen hadden kunnen worden als de juiste beveiligingsmaatregelen waren getroffen, zoals het het tijdig bijwerken van verouderde software of het gebruik van sterkere wachtwoorden.
    De samenleving en economie in Nederland zijn kwetsbaar vanwege de groeiende afhankelijkheid van ICT-systemen. De uitbreiding van internetdienstverlening, de vlucht van mobiel internet en het toelaten van persoonlijke IT op bedrijfsnetwerken (consumerization) zorgt bovendien voor een uitzonderlijke toename van het aantal op internet aangesloten apparaten. Dit zal resulteren in een grotere maatschappelijke afhankelijkheid, meer (software-) kwetsbaarheden en een toename in complexiteit van de beheersvraagstukken.
    Het vergroten van de weerbaarheid van de Nederlandse ICT-infrastructuren blijft daarom onverminderd noodzakelijk. Dit besef en de noodzaak voor een integrale aanpak heeft in 2011 geleid tot het formuleren van de Nationale Cyber Security Strategie. Vanuit het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) wordt actief bijgedragen aan de bewustwording van het publiek, overheid en het bedrijfsleven. Met de komst van het NCSC zet de overheid in op centrale coördinatie via één loket ten aanzien van de uitwisseling van cyber security informatie.
    Het Cybersecuritybeeld Nederland is middels een publiek private samenwerking tot stand gekomen. De volgende partijen hebben hieraan een bijdrage geleverd: de ministeries, MIVD, AIVD, politie, OM, KPN, OPTA, NFI, CBS, NVB, Isacs, BoF, NCTV. Ook wetenschappelijke instituten en universiteiten hebben aan het NCSC informatie beschikbaar gesteld en mede bijgedragen aan het Cybersecuritybeeld Nederland.

    Onderwerp: Reddingsbrigades in veiligheidsregio's
    Thema: veiligheidsregio
    Datum: 07 juli 2012
    Lees hier verder bij de bron van het bericht >>

    Gouda/regio- Een lang gekoesterde wens van de reddingsbrigades is uitgekomen. De zeven reddingsbrigades in regio Hollands Midden maken officieel deel uit van de Veiligheidsregio Hollands Midden en gaan nauwer samenwerken.
    Woensdag 4 juli hebben de zeven reddingsbrigades uit de Veiligheidsregio Hollands Midden en de koepelorganisatie Reddingsbrigade Nederland een samenwerkingsconvenant ondertekend. Alle reddingsbrigades zijn hiervoor samen gekomen in het clubhuis van de Leidse ReddingsBrigade. De zeven reddingsbrigades vormen samen de Regionale Voorziening Reddingsbrigade (RVR) Hollands-Midden. Een RVR is een samenwerkingsverband van reddingsbrigades op de schaal van de Veiligheidsregio. Met deze samenwerking vormen de Reddingsbrigades een efficiëntere partner en één aanspreekpunt voor de hulpdiensten in de regio. Zij gaan ook nauwer samenwerken bij de kwaliteitsontwikkeling van het reddingswerk en gezamenlijk voorbereiden op grootschalige waterhulpverlening en overstromingen. De reddingsbrigades blijven lokaal aanspreekpunt voor de eigen gemeente voor afspraken rond bijvoorbeeld strand- en recreatietoezicht.
    Het RVR Convenant Hollands-Midden is ondertekend door de voorzitters van de reddingsbrigades uit Alphen a/d Rijn, Gouda, Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Noordwijk en Waddinxveen en de directeur van Reddingsbrigade Nederland (KNBRD). De RVR Hollands-Midden is de eerste in Nederland. Het is de bedoeling dat er in 2015 in elke veiligheidsregio een RVR actief is. Hierover zijn afspraken gemaakt met het ministerie van Veiligheid en Justitie, dat de vorming van deze samenwerkingsverbanden ook financieel ondersteunt.






    Actueel:


    Begrippen:

    Crisis:
    een situatie waarin een vitaal belang van de samenleving is aangetast of dreigt te worden aangetast.

    Crisisbeheersing:
    het geheel van maatregelen en voorzieningen, met inbegrip van de voorbereiding daarop, dat het gemeentebestuur of het bestuur van een veiligheidsregio in een crisis treft ter handhaving van de openbare orde, indien van toepassing in samenhang met de maatregelen en voorzieningen die op basis van een bij of krachtens enige andere wet toegekende bevoegdheid ter zake van een crisis worden getroffen.