Week: 37 van 11 tot en met 17 september 2011


Nieuws van Internet:
  • College van B&W Haarlem wil parkeergarage zo brandveilig mogelijk
  • Staatssecretaris Atsma geeft groen licht voor rivierverruiming Lek
  • Geldrop-Mierlo wil ook bij Veiligheidshuis
  • 'Georganiseerde overheid tegen misdaad'
  • MKB aannemers zoeken aansluiting bij topsectoren
  • Bouwen kost gemeente Rijssen klauwen met geld
  • Groningen: regionale vakgroep crisiscommunicatie
  • SP: Hou duikteams brandweer op stekte
  • Commissie kritsch over risicoprofiel Renswoude
  • Onduidelijkheid in Epe blijft over hulpverleningsvoertuig
  • Doorpakken in waterveiligheid: de risico's nemen toe
  • 'Bouw vitale voorzieningen op veiligste plek'
  • Industrie pakt veiligheid aan
  • Imagoschade weegt zwaarder dan dwangsom
  • Totale kosten brand Chemie-Pack ruim 73 miljoen euro
  • Artikel 39 van de Wet Veiligheidsregio's
  • Nationale politie op onderdelen aanpassen
  • Nieuwe multidisciplinaire handreiking crisisbeheersing luchthavens
  • Ernstige verstoringen door DigiNotar-inbraak vorkomen
  • Veiligheidsregio waarschuwt voor twitterpaniek
  • Twitterpaniek vraagt communicatie
  • Korten op veiligheid kost geld
  • Procesbeschrijving Nazorg ex-gedetineerden (concept)
  • Treinongeval Stavoren door gebrekkige aandacht voor veiligheid


  • Onderwerp: College van B&W Haarlem wil parkeergarage zo brandveilig mogelijk
    Thema: veiligheidsregio
    Datum: 12 september 2011
    Lees hier verder bij de bron van het bericht >>

    Het college heeft na vragen van D66 een onderzoek ingesteld naar de optimale brandveiligheid van parkeergarage de Appelaar. "Het college wacht daarmee niet af of het ministerie van binnenlandse zaken met nieuwe bouwvoorschriften komt, maar handelt praktisch en resultaatgericht", zegt raadslid Dilia Leitner. Het rapport wordt binnenkort aangeboden en besproken in de raadscommissie bestuur.
    Naar aanleiding van de brand in de Appelaar op 26 oktober 2010 heeft de directie van de Veiligheidsregio een onderzoek laten doen naar het brandweeroptreden. Uit dat onderzoek blijkt ondermeer dat de Appelaar weliswaar aan de bouwvoorschriften voldoet, maar dat je je kunt afvragen of de bouwvoorschriften nog wel van deze tijd zijn. Door het gebruik van de vele kunstsstoffen in moderne auto's is de hitteontwikkeling veel hoger en verspreidt het vuur zich sneller. Op de meeste moderne parkeergarages staan ook gebouwen, wat een aanscherping van de bouwvoorschriften nog belangrijker maakt. Het risico is namelijk aanwezig dat de hele constructie bezwijkt en de hele boel instort. Burgemeester Schneiders heeft inmiddels een brief gestuurd aan minister Donner om deze kwestie daar op de agenda te zetten.
    Die landelijke discussie over de bouwvoorschriften is belangrijk, want er zijn nog veel meer ondergrondse parkeergarages in Nederland. Leitner: "We kunnen lessen trekken uit de brand in de Appelaar, maar dat betekent niet dat we in Haarlem achterover kunnen leunen en afwachten. Ondertussen moeten we doen wat reëel is om de Appelaar zo brandveilig mogelijk te maken". Het college heef naar aanleiding van vragen van D66 in de raadscommissie Bestuur op 14 juli j.l. een landelijk gespecialiseerd bedrijf gevraagd de parkeergarage nog eens goed te bekijken op brandveiligheid.

    Onderwerp: Staatssecretaris Atsma geeft groen licht voor rivierverruiming Lek
    Thema: waterveiligheid
    Datum: 12 september 2011
    Lees hier verder bij de bron van het bericht >>

    Staatssecretaris Atsma van Infrastructuur en Milieu heeft de rivierverruiming van de Lek goedgekeurd. Hiermee wordt de waterveiligheid voor de inwoners van Utrecht en omgeving vergroot. Het uiterlijk van het gebied rond de Lek ten zuiden van Utrecht wordt veranderd door de aanleg van onder andere geulen en lagere kades. Ook nieuwe kleinschalige recreatie, zoals speelnatuur voor kinderen en wandelpaden, maken het gebied aantrekkelijker voor bewoners.
    Ruimte voor de Lek is een bijzonder onderdeel van het programma Ruimte voor de Rivier, vindt Atsma. "Het ligt in het centrum van Nederland, is dichtbevolkt en herbergt belangrijke weg- en spoorknooppunten. Door deze rivierverruiming is Utrecht en omgeving maar ook het Groene Hart veiliger bij hoogwater en beter beschermd tegen overstromingen."
    Ook gedeputeerde De Vries is ingenomen met het resultaat."Met het akkoord van de staatssecretaris kan Rijkswaterstaat beginnen met de uitvoering van het plan, waar de provincie Utrecht de afgelopen jaren hard aan heeft gewerkt. Dat gebeurde in samenspraak met de gemeenten Vianen, Nieuwegein, Houten en IJsselstein, de waterschappen en Rijkswaterstaat. Ook met omwonenden en organisaties in het gebied is veel samengewerkt, zoals tijdens ontwerpateliers met bewoners en in de klankbordgroep. Door de omgeving te betrekken bij dit soms complexe project, heeft dit geleid tot een veel beter gedragen plan waar alle betrokken partijen trots op kunnen zijn. Ik hoop dat die betrokkenheid en dat draagvlak ook in de toekomst voort blijven bestaan."
    Om de veiligheid van de inwoners te garanderen worden er nevengeulen in de uiterwaarden gemaakt aan de noordkant en zuidkant van de Lek. Met deze geulen kan de Lek tijdens hoogwater een grotere hoeveelheid water afvoeren. Daarnaast wordt de toegangsdam vanuit Houten naar het Stuweiland, de Ossenwaard, verlaagd. Hierdoor vormt deze dam bij hoogwater een minder groot obstakel. De leikades van het Merwedekanaal bij Vianen worden verlaagd, zodat ook daar bij hoogwater makkelijker water overheen kan stromen. De waterstand daalt hiermee bij hoogwater met 8 centimeter. De mensen in het rivierengebied houden droge voeten en de veiligheid blijft gegarandeerd, ook bij extreme hoogwaterstanden. In de normale situatie blijft de waterstand gelijk.

    Onderwerp: Geldrop-Mierlo wil ook bij Veiligheidshuis
    Thema: veiligheidshuis
    Datum: 12 september 2011
    Lees hier verder bij de bron van het bericht >>

    GELDROP-MIERLO - De gemeente Geldrop-Mierlo wil aanhaken bij het Veiligheidshuis Eindhoven. Hierin werken onder meer politie, welzijn en overheid samen op tal van terreinen die criminaliteit en veiligheid betreffen.
    Het Geldropse college van burgemeester en wethouders vraagt de gemeenteraad om een bijdrage van bijna 15.000 euro om de aansluiting mogelijk te maken. De Veiligheidshuizen bestaan landelijk sinds vijf jaar. Ook Helmond kent er een. Deze gaat overigens fuseren met die van Eindhoven, maar beide locaties blijven bestaan.

    Onderwerp: 'Georganiseerde overheid tegen misdaad'
    Thema: veiligheidshuis
    Datum: 13 september 2011
    Lees hier verder bij de bron van het bericht >>

    ALKMAAR Tegenover de georganiseerde misdaad hoort een georganiseerde overheid. Dat zegt burgemeester Bruinooge van Alkmaar na een jaar experimenteren met het bestrijden van mensenhandel.
    Het Veiligheidshuis, waarin allerlei betrokken instanties samenwerken, komt met nog meer maatregelen. Maar het bestrijden van mensenhandel, in de prostitutie en elders, blijft volgens Bruinoge een lastig proces. De burgemeester besloot eerder om in Alkmaar zoveel mogelijk prostitutieramen te sluiten.

    Onderwerp: MKB aannemers zoeken aansluiting bij topsectoren
    Thema: waterveiligheid
    Datum: 13 september 2011
    Lees hier verder bij de bron van het bericht >>

    AMSTERDAM - Aannemers willen een bemiddelende rol spelen tussen de door het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) verkozen topsectoren en de bouw en infra. Dat meldt het Financieele Dagblad.
    Volgens de Aannemersfederatie Nederland zijn aannemers van groot belang om de ambities van EL&I te kunnen waarmaken. Als voorbeelden noemt de federatie nieuwe eisen die worden gesteld aan mobiliteit, waterveiligheid en de woonomgeving.
    De aandacht voor de topsectoren mag dan ook niet ten koste gaan van de bouw en infra, zo stelt de federatie in een notitie voor minister Maxime Verhagen (EL&I)
    Voorzitter Henk Klein Poelhuis waarschuwt in een toelichting dat de keus voor specifiek in plaats van generiek beleid door EL&I niet mag leiden tot fixatie op enkele sectoren. Dat dreigt volgens hem bijvoorbeeld te gebeuren bij kennisinstellingen, die zich eenzijdig gaan richten op de topsectoren.
    Verhagen reageert dinsdag op de plannen van de topsectoren. Dan wordt duidelijk welke voorstellen voor innovatie en versterking van de concurrentiekracht steun krijgen van het kabinet.

    Onderwerp: Bouwen kost gemeente Rijssen klauwen met geld
    Thema: wabo
    Datum: 13 september 2011
    Lees hier verder bij de bron van het bericht >>

    RIJSSEN - Het afgeven van bouwvergunningen kost de gemeente Rijssen-Holten klauwen met geld. Dat heeft verschillende oorzaken. Een nieuw systeem van vergunningen (Wabo) vergt meer administratieve rompslomp. Alle ambtelijke kosten worden niet doorberekend.
    Nog niet zolang geleden ging Rijssen-Holten er prat op dat de bouwleges kostendekkend waren. Alle kosten werden doorbereken aan burgers of bedrijven die een bouwvergunning aanvroegen. De gemeente hoefde er geen cent bij te doen. Dat is niet meer zo. Op dit moment moet Rijssen-Holten op jaarbasis 300.000 euro toeleggen op het verstrekken van bouwvergunningen. De leges zijn bij lange na niet voldoende om de kosten te dekken. Dat komt voor een groot deel door een andere systematiek. Vergunningen worden sinds enige tijd verstrekt volgens de nieuwe Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Voor ambtenaren is dat veel bewerkelijker, zodat de kosten per vergunning hoger worden. Die hogere kosten zijn tot nu toe niet doorberekend in de leges. Een ander aspect is dat er, door de economische crisis ,de laatste tijd veel minder bouwvergunningen zijn afgegeven door de gemeente. Dat houdt in dat de inkomsten aan bouwleges ook fors zijn gedaald. Terwijl de kosten grotendeels op peil zijn gebleven. Er moeten immers evenveel ambtenaren worden betaald.
    Rijssen-Holten overweegt nu om de bouwleges te verhogen. Hoeveel is nog niet bekend.

    Onderwerp: Groningen: regionale vakgroep crisiscommunicatie
    Thema: externe veiligheid
    Datum: 14 september 2011
    Lees hier verder bij de bron van het bericht >>

    De Regionale Vakgroep Risicocommunicatie (RVR) geeft de regionale risicocommunicatie in de provincie handen en voeten als zijnde een stuurgroep. De RVR geeft met het regionale programma risicocommunicatie zowel invulling aan de risicocommunicatie in het kader van het provinciale uitvoeringsprogramma Externe Veiligheid, als aan de visie en aandachtspunten met betrekking tot de communicatie over risico's, geformuleerd in het Regionaal Beheersplan Rampenbestrijding (RBR). De uitvoering van het programma risicocommunicatie wordt gecoördineerd door de Hulpverleningsdienst Groningen. De vakgroep vergadert eens in de twee maanden.
    De Regionale Vakgroep Risicocommunicatie heeft met contacten binnen de verschillende gemeenten, de provincie, operationele diensten, overige partners binnen Crisismanagement Groningen en bedrijven (waaronder nutsbedrijven). Ook zal door de vakgroep voor advies, inhoudelijke ondersteuning, en het signaleren van nieuwe trends en ontwikkelingen nauw worden samengewerkt met het Nationaal Crisis Centrum (NCC) van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

    Onderwerp: SP: Hou duikteams brandweer op stekte
    Thema: veiligheidsregio
    Datum: 15 september 2011
    Lees hier verder bij de bron van het bericht >>

    15-09-2011 o Aanstaande maandag beslist het dagelijks bestuur van de Veiligheidsregio Rotterdam over het voortbestaan van de duikfunctie van de brandweer in de regio Rotterdam. De SP vreest dat het aantal duikteams in de regio nog verder wordt teruggedrongen en vraagt daarom vanmiddag het debat aan in de gemeenteraad. De SP-fractie is verbaasd dat de duikteams nu onderdeel lijken uit te maken van het bezuinigingspakket binnen de veiligheidsregio op de regionale brandweer. In eerdere discussies werd namelijk uitgegaan van weliswaar een inkrimping van het aantal teams, maar van netto een kwaliteitsverbetering. SP-fractievoorzitter Leo de Kleijn: 'Met een nog verdere inkrimping komt de veiligheid van de leden van het duikteam en van de Rotterdammers onder drukt te staan.
    Burgemeester Aboutaleb, voorzitter van de Veiligheidsregio Rotterdam, kan maandag gewicht in de schaal leggen tijdens de discussie over de duikteams. De SP wil vanmiddag in het debat dan ook van hem weten hoe hij denkt de kwaliteit van de teams te waarborgen.
    De duikteams, die vooral gespecialiseerd werk in het havengebied verrichten, werden in de jaren tachtig al eens wegbezuinigd. Na een aantal ongevallen zijn ze in de jaren negentig weer terug ingevoerd. Nu lijken ze opnieuw uitgekleed te worden. De Kleijn: "En dan komen we er over een paar jaar achter dat het toch een heel nuttige functie heeft en dan tuigen we ze weer op... Dat kost altijd meer geld dan nu een stelsel van teams in stand houden."

    Onderwerp: Commissie kritsch over risicoprofiel Renswoude
    Thema: veiligheidsregio
    Datum: 15 september 2011
    Lees hier verder bij de bron van het bericht >>

    RENSWOUDE - De Veiligheidsregio Utrecht (VRU) heeft een Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Utrecht vastgesteld. Dit beschrijft de risico´s waar de Utrechtse gemeenten mee te maken kunnen krijgen, zoals overstromingen of gasexplosies. De commissie AEZ heeft eerder dit jaar enkele vragen gesteld over het risicoprofiel van de gemeente Renswoude. Tijdens de commissievergadering op 6 september gaf de heer Roke van de VRU een toelichting.
    Studenten van de Hogeschool Utrecht hebben de VRU voorzien van alle risicodata van de regio. Het gaat hier bijvoorbeeld om de locaties en bereikbaarheidsplannen van bedrijven die gevaarlijke stoffen opslaan. Van kleinere objecten is gebruik gemaakt van de informatie van de lokale brandweer. In de gemeente Renswoude zijn risico´s relatief veel kleiner dan in grotere gemeenten. Roke: ,,Eigenlijk zijn er in Renswoude geen grote risico´s. Alleen een overstroming en een ernstig transportongeval zijn redelijke risico´s''.
    Arie Schimmel (CDA) maakt zich echter grote zorgen: ,,Veel informatie over kleinere objecten is niet actueel. Zo staan de verkoopplaatsen van vuurwerk niet op de kaart. We zijn bang dat de veiligheid in het geding komt.'' Gerco van de Vendel (VVD): ,,Wij begrijpen ook niet dat de VRU bouwt op een basis van onbetrouwbare informatie. Wat ons betreft gaat de prioriteit nu eerst uit naar het bijwerken daarvan.'' Henk Don (SGP) vraagt zich af of echt alle informatie met de VRU gedeeld moet worden: ,,Is het niet verstandiger om informatie van kleine objecten lokaal te houden en alleen informatie over grotere risico's te delen?'' De heer Roke vindt dit een terecht punt: ,,Lokale brandweerkorpsen hebben ontzettend veel kennis en kennen de risico's van het dorp. Ook wij vinden het belangrijk dat de informatie actueel is. Om informatie beheersbaar te houden gaan we werken aan een systeem waarin kleine risico´s lokaal bekend zijn en grotere of grensoverschrijdende risico´s regionaal in kaart worden gebracht.'' Een termijn hiervoor kon de heer Roke niet geven: ,,Een planning volgt eind dit jaar.''

    Onderwerp: Onduidelijkheid in Epe blijft over hulpverleningsvoertuig
    Thema: veiligheidsregio
    Datum: 15 september 2011
    Lees hier verder bij de bron van het bericht >>

    EPE - Nu het college van burgemeester en wethouders van Epe heeft besloten om niet te bezuinigen op de brandweer, hebben de vrijwilligers in Oene duidelijkheid over hun nabije toekomst.
    De kazerne in hun dorp blijft. Maar de brandweerlieden van Epe verkeren nog steeds in onzekerheid. Zij vroegen met een noodkreet om het behoud van het hulpverleningsvoertuig, maar of ze gehoord worden is nog onzeker.
    Door het besluit van b en w werd namelijk ook duidelijk dat de invulling van het budget voortaan bij de brandweer zelf ligt. Beter gezegd bij de Veiligheidsregio Noord-Oost, waar het cluster Epe-Voorst-Apeldoorn (EVA) onder valt. Maar EVA-commandant Michiel Verlinden maakt duidelijk dat het behoud van het hulpverleningsvoertuig voor Epe nog geen klare zaak is. ,,In feite is het nu een interne discussie'', zegt hij. ,,Maar ik moet eerst wachten of de gemeenteraad ook besluit om het zo te doen. Pas dan heb ik duidelijkheid over de financiële kaders. Die zijn nu namelijk gebaseerd op de gemeentelijke systematiek en niet die van de veiligheidsregio.''
    De brandweermannen van het korps in Epe moeten dus afwachten wat er met het door hen zo geliefde hulpverleningsvoertuig gaat gebeuren. ,,Het zou ook zo kunnen zijn dat het voertuig nu blijft'', schetst Verlinden, ,,maar dan is dat nog geen garantie voor de komende jaren.'' Hij beseft dat de onduidelijkheid onwenselijk is: ,,Het is vervelend.

    Onderwerp: Doorpakken in waterveiligheid: de risico's nemen toe
    Thema: waterveiligheid
    Datum: 15 september 2011
    Lees hier verder bij de bron van het bericht >>

    Overstromingen hebben grote gevolgen. Die gevolgen zijn omvangrijker dan vroeger: meer slachtoffers en grotere economische schade. Schade aan eigendommen, maar ook maatschappelijke ontwrichting en schade aan economische sectoren, omdat handel en productie stil komen te liggen. Hoge en sterke dijken blijven belangrijk om ook in de toekomst veilig te zijn, maar dat is niet meer voldoende. Ook andere maatregelen zijn nodig. De Raden voor de leefomgeving en infrastructuur pleiten in hun gezamenlijke advies 'Tijd voor waterveiligheid' voor het verleggen van de focus van boogwaterbescherming naar een risicobenadering: voorkomen van overstromingen, beheersen van de gevolgen en voorbereid zijn op noodhulp en herstel. Het advies is vandaag aangeboden aan de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, de heer J.J. Atsma.
    De raden pleiten voor een strategie waarin het beperken van overstromingsrisico's centraal staat en waarin de verantwoordelijke overheden - Rijk, provincies, gemeenten, waterschappen en veiligheidsregio's - zich permanent inspannen om de waterveiligheid te verbeteren. De staatssecretaris geeft met de aanpak van meerlaagsveiligheid in het Nationaal Waterplan al een goede aanzet voor een risicobenadering. Maar de raden constateren dat in de praktijk het accent met name ligt op hoogwaterbescherming en het voldoen aan de normen voor dijken, en te weinig op de gevolgen voor de veiligheid van het gebied achter die dijken. Ook is er weinig oog voor een snel herstel na een overstromingsramp. Dat vraagt om een perspectiefwisseling in het beleid. Dat vraagt ook om meer duidelijkheid in de verantwoordelijkheden van deze overheden en om een goed samenspel.
    Het Rijk is er in de visie van de raden voor verantwoordelijk dat maatschappelijke ontwrichting wordt voorkomen en bepaalt waar de risico's het grootst zijn en welke het eerst moeten worden aangepakt. De regionale overheden bepalen hoe en met welke maatregelen de risico's in hun dijkring verminderd kunnen worden. In die afweging kunnen alle maatregelen worden betrokken die worden genoemd in de Europese richtlijn overstromingsrisico's : schadepreventie, hoogwaterbescherming, paraatheid, noodmaatregelen enherstel. Gedacht kan worden aan bepaalde laaggelegen plekken niet bebouwen, vitale functies zoals energiecentrales en ziekenhuizen alleen bouwen op de veiligste plekken,de burger goed voorbereiden en informeren over vluchtplaatsen of evacuatieroutes, zorgen dat ICT-voorzieningen blijven functioneren, of het treffen van voorbereidingen voor een snel herstel na een ramp. Alleen dan blijven maatschappelijke gevolgen zo beperkt mogelijk.
    De raden verwachten dat deze manier van werken leidt tot een effectievere en efficiëntere besteding van de beschikbare middelen. Dit sluit ook aan bij de afspraken die zijn gemaakt in het Bestuursakkoord Water.
    Een belangrijke voorwaarde voor beter waterveiligheidsbeleid is wel dat een nieuwe norm voor primaire waterkeringen wordt gesteld. Nu zijn die normen gebaseerd op de kans dat het water boven de dijk uitstijgt (overschrijdingskans). De raden pleiten voor een norm op basis van de kans dat door het bezwijken van de dijk door welke oorzaak dan ook, het gebied achter de dijk onder water komt te staan (overstromingskans). De raden adviseren de staatssecretaris die overstap op korte termijn te maken. De komende twee jaar moeten worden benut om een geïntegreerde aanpak op basis van een risicobenadering verder uit te werken en een implementatietraject met de betrokken partijen af te spreken.

    Onderwerp: 'Bouw vitale voorzieningen op veiligste plek'
    Thema: waterveiligheid
    Datum: 15 september 2011
    Lees hier verder bij de bron van het bericht >>

    DEN HAAG - Energiecentrales en ziekenhuizen moeten alleen worden gebouwd op de plekken in Nederland, waar de kans op overstromingen het kleinst is. Dat is een van de maatregelen waarvoor de raden voor de leefomgeving en infrastructuur (RLI) pleiten in een advies dat zij donderdag hebben aangeboden aan staatssecretaris Joop Atsma (Infrastructuur en Milieu).
    Ook moeten laaggelegen gebieden niet worden bebouwd, moeten burgers goed voorbereid en geïnformeerd zijn over vluchtplaatsen en evacuatieroutes bij overstromingen en moeten overheden ervoor zorgen dat ICT-voorzieningen goed bliiven functioneren. Alleen dan blijven maatschappelijke gevolgen van overstromingen zo beperkt mogelijk. En dat is nodig, zeker nu de zeespiegel stijgt, er meer water door de rivieren stroomt en het land vaker te maken krijgt met extreme weersomstandigheden.
    Volgens de RLI die bestaat uit de Raad voor het Landelijk Gebied, de Raad voor Verkeer en Waterstaat en de VROM-raad, wordt nu vooral gelet op bescherming tegen hoogwater en het voldoen aan de normen voor dijken, en te weinig op de maatschappelijk gevolgen voor het gebied achter die dijken. Ook is er te weinig oog voor een snel herstel na een overstroming.
    De raden pleiten voor een strategie waarin het beperken van overstromingsrisico's centraal staat. Om dat te bereiken moeten de verantwoordelijke overheden als Rijk, provincies, gemeenten, waterschappen en veiligheidsregio's , zich permanent inspannen om de waterveiligheid te verbeteren.
    Zo moet het Rijk er voor zorgen dat maatschappelijke ontwrichting wordt voorkomen en bepalen waar de risico's het grootst zijn en welke het eerst moeten worden aangepakt.
    De regionale overheden bepalen hoe en met welke maatregelen de risico's in hun dijkring kunnen worden verminderd.

    Onderwerp: Industrie pakt veiligheid aan
    Thema: veiligheidsregio
    Datum: 15 september 2011
    Lees hier verder bij de bron van het bericht >>

    DEN HAAG, 14 september 2011 - Het bedrijfsleven gaat de veiligheid in bedrijven die grootschalig met gevaarlijke stoffen werken verder vergroten. Dit moet leiden tot het voorkomen van incidenten zoals de brand in Moerdijk begin dit jaar. Voorzitter Bernard Wientjes van VNO-NCW heeft gistermiddag mede namens de brancheorganisaties VNPI, VNCI, VHCP en VOTOB 1) het actieplan "Veiligheid Voorop" aan Staatssecretaris Atsma aangeboden.
    Het actieplan is ontwikkeld door de bedrijven die grootschalig met gevaarlijke stoffen werken, ook wel BRZO-bedrijven genoemd. Die moeten al voldoen aan strenge Europese veiligheidswetgeving.
    In het plan zeggen de branches toe om aan de hand van tien actiepunten de veiligheid in bedrijven verder te verbeteren. Uitgangspunt is dat een betere veiligheidscultuur zich niet alleen door wetgeving laat afdwingen. Het gaat om de houding en het gedrag van iedereen die in het bedrijf werkt. Het actieplan van het bedrijfsleven moet er toe leiden dat bij iedereen en op elke plek in het bedrijf veiligheid bij het werken met gevaarlijke stoffen voorop staat.
    Het bedrijfsleven doet daarnaast een beroep op het Kabinet om de uitvoering van de
    BRZO-wetgeving te verbeteren. De totstandkoming van kwalitatief hoogwaardige Regionale Uitvoeringsdiensten (RUD's) speelt hierbij een belangrijke rol. De RUD's verzorgen de vergunningverlening, toezicht en handhaving in een regio. Er zouden vier van deze diensten moeten zijn. Hierdoor is elke RUD automatisch verantwoordelijk voor voldoende te controleren BRZO-bedrijven, waardoor hun specialistische kennis geborgd is. VNO-NCW vindt het een gemiste kans als de overheid de huidige versnipperde aanpak van de BRZO-wetgeving laat bestaan en vraagt de staatssecretaris snel over te gaan tot het aanwijzen van de BRZO-RUD's.
    Voor een goede veiligheidscultuur zijn betrokken leiderschap, een continue verbetering van het veiligheidsbeheerssysteem en actieve veiligheidsnetwerken nodig. Het is bovendien belangrijk dat bedrijven eisen van de bedrijven met wie ze zaken doen dat die ook een goede veiligheidscultuur hebben.

    Onderwerp: Imagoschade weegt zwaarder dan dwangsom
    Thema: wabo
    Datum: 15 september 2011
    Lees hier verder bij de bron van het bericht >>

    De provincie Zeeland legt chemiebedrijf Dow een dwangsom op van 5000 euro voor iedere keer dat het bedrijf een ongeluk te laat meldt. Het bedrijf heeft al twee waarschuwingen gehad.
    Tijdens een storing op 28 juni kwam bijna 1400 kilo ethyleen en methaan onverbrand in de omgeving terecht. Dergelijke storingen hoort het bedrijf binnen een half uur te melden, maar deed dit pas twee dagen later. 'De Wabo verplicht ze incidenten te melden. Het bevoegd gezag moet in staat zijn iets te kunnen doen. Misschien waren ze het vergeten, maar het is natuurlijk niet handig', aldus een provinciewoordvoerder.
    Het was niet de eerste keer dat Dow dit soort zaken niet meldde, al benadrukt de woordvoerder dat het bedrijf normaal gesproken alle incidenten wel meldt. Toch komt 5000 euro een beetje slap over. 'We werken met een gefaseerde aanpak in de sanctiestrategie. Voor Dow is een dwangsom van 5000 euro niet schokkend. Toch geldt hier het imago van de dwangsom zwaarder dan de hoogte van de dwangsom zelf, al wegen we dat niet mee. Bestuursdwang is wel mogelijk, maar ligt niet voor de hand. Je kunt ze niet sluiten.'
    De provincie heeft nog wel allerlei andere mogelijkheden, vertelt de woordvoerder. 'Het hangt van het incident af welke maatregel je treft en hoe hoog de dwangsom is. De hoogte kan niet goed bepaald worden, omdat de overtreding omzetten in geld vaak niet mogelijk is. We kijken dan naar soortgelijke overtredingen. In principe zijn we vrij om de hoogte te betalen.' De dwangsommen voor fosforfabrikant Thermphos waren bijvoorbeeld vele malen hoger. 'Daar was beter in te schatten wat te doen. Het kan zeker gebeuren dat een dwangsom voor Dow later ook hoger kan uitvallen, zoals bij Thermphos.'
    De provinciewoordvoerder noemt Thermphos ook als voorbeeld van zijn idee dat de dwangsommen wel helpen. 'Het is geen geheim dat we Thermphos zwaar onder vuur hebben genomen met meerdere dwangsommen. We merken de effecten. Het lukt hen nu behoorlijk goed om niet meer boven de gestelde normen uit te stoten en we hebben regelmatig gesprekken met ze.'

    Onderwerp: Totale kosten brand Chemie-Pack ruim 73 miljoen euro
    Thema: veiligheidsregio
    Datum: 16 september 2011
    Lees hier verder bij de bron van het bericht >>

    Moerdijk - De overheid gaat de kosten als gevolg van de brand bij Chemie-Pack in Moerdijk verhalen op het bedrijf. 'De verhalende partijen trekken daarbij samen op', meldt het ministerie van Veiligheid en Justitie vrijdag Chemie-Pack wordt beschouwd als de verantwoordelijke partij voor de ontstane schade en moet de kosten die uit de ramp zijn voortgekomen vergoeden. Dat schrijft minister Opstelten van Veiligheid en Justitie namens de betrokken partijen vrijdag in een brief aan de Tweede Kamer. Het ministerie van Veiligheid en Justitie zal de kosten dragen voor de inzet van het kantoor van de landsadvocaat.
    De afgelopen maanden zijn door de gemeente Moerdijk, het waterschap Brabantse Delta, de provincie Noord-Brabant, de Veiligheidsregio Midden- en West Brabant en de Rijksoverheid gesprekken gevoerd over de consequenties als lokale overheden hun kosten volledig zelf moeten dragen.
    Het waterschap en de gemeente kunnen een deel van de kosten opvangen binnen hun algemene- of calamiteitenreserve. Om de kosten geheel te dekken zouden zij aanzienlijke tariefsstijgingen in bijvoorbeeld in de watersysteemheffing en onroerendezaakbelasting (OZB) moeten doorvoeren. Dat is voor alle partijen onwenselijk.
    Minister Donner (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) en minister Opstelten verstrekken vanwege de beperkte dekkingskracht van een relatief kleine gemeente als Moerdijk en de grote financiële opgave voor de gemeente, een eenmalige financiële bijdrage.
    Zij stellen de gemeente Moerdijk daarvoor € 3,5 miljoen ter beschikking. Dit bedrag komt bovenop de wettelijke bijdrage voor de directe bestrijdings- en bijstandkosten. Deze bijdrage, op grond van de Wet Veiligheidsregio's, wordt nu geschat op € 1,6 miljoen. Staatssecretaris Atsma (Infrastructuur en Milieu) heeft aangegeven om in dit uitzonderlijke geval eenmalig € 5,25 miljoen te zullen bijdragen aan de kosten van het waterschap Brabantse Delta.
    Staatssecretaris Atsma heeft de mogelijkheid geboden om binnen de bestaande budgetten dekking te vinden voor een deel van de kosten van bodemsanering. Als na bodemonderzoek blijkt dat sprake is van een spoedlocatie kan met voortvarendheid de sanering in gang worden gezet.
    Kostenoverzicht
    - waterschap Brabantse Delta: o.a. de kosten van het opruimen, opslaan en verwerken van verontreinigd oppervlaktewater. Door het adequaat optreden van het waterschap is verdere vervuiling van (rijks)oppervlaktewater en grondwater voorkomen. De totale kosten voor het waterschap bedragen na aftrek van de Rijksbijdrage circa € 8,25 miljoen.
    - gemeente Moerdijk: o.a. de kosten van het bovengronds opruimen van bluswater en slurrie. De totale kosten voor de gemeente bedragen na aftrek van de Rijksbijdrage circa € 8,95 miljoen.
    - VenJ, BZK en I&M: bijdrage kosten voor gemeente en waterschap totaal € 8,75 miljoen.
    - VenJ: wettelijke bijdrage aan de gemeente en de veiligheidsregio's circa € 1,6 miljoen.
    - provincie Noord-Brabant: de provincie zal in de komende maanden de kosten voor bodemsanering voorfinancieren. Deze kosten worden nu geschat op circa € 38,22 miljoen.
    - overige partijen: de veiligheidsregio's Zuid-Holland Zuid en Midden- en West-Brabant, het Havenschap Moerdijk, de politie Midden en West Brabant en Rijkswaterstaat hebben aanzienlijke kosten gemaakt, samen oplopend tot circa € 7,29 miljoen. Deze kosten kunnen echter worden gedekt binnen hun reguliere begroting of calamiteitenreserves, indien partijen er niet in slagen om deze kosten op Chemie-Pack te verhalen.

    Onderwerp: Artikel 39 van de Wet Veiligheidsregio's
    Thema: veiligheidsregio
    Datum: 16 september 2011
    Lees hier verder bij de bron van het bericht >>

    In het Magazine Nationale Veiligheid en Crisisbeheersing (augustus 2011) staat een artikel van Rob Willems en Bertruke Wein van de Radboud Universiteit Nijmegen over de eerste oefenervaringen met de regioburgemeester. De focus ligt op de reikwijdte van art 39 Wvr.
    Het beeld wordt geschetst dat de Wet Veiligheidsregio's niet uitblinkt in eenduidigheid. Dat is een punt van herkenning, omdat ook het NGB in de loop der tijd op verschillende inconsistenties in de wet is gestuit. Zoals de burgemeester die in artikel 5 Wvr alleen het opperbevel over rampen (en niet over crises) krijgt, terwijl hij/zij volgens artikel 7 lid 1 Wvr wel geacht wordt om te communiceren over crises. Of het eerder aangestipte punt over de noodverordening in een fase waarin het Regionaal Beleidsteam operationeel is (zie weblog "Noodverordening bij GRIP4").
    In een oefening in Groningen ging het om een gijzeling van de Pakjesboot van Sinterklaas in gemeente A. Daarbij wordt de vraag gesteld wie in een GRIP4 situatie in de driehoek plaatsnemen als er sprake is van een incident met een strafrechtelijke component. Mijns inziens is de wet helder: in art 39 lid 1 sub c Wvr staat dat het gezag van de burgemeester over de politie (artikel 12 lid 1 Politiewet) ook over gaat naar de regiovoorzitter. De driehoek bestaat in dat geval dus uit Hoofdofficier van Justitie, de korpschef en de regiovoorzitter. Voor zover wenselijk kan de lokale burgemeester aanschuiven in hoedanigheid van adviseur, maar deze zal geen beslissingsbevoegdheid hebben. Voor de afstemming tussen driehoek enerzijds en beleidsteam anderzijds gelden de normale verhoudingen. Daarmee is ten opzichte van de komst van de Wvr niets veranderd; de driehoek richt zich op het belang om de situatie tot een goed einde te brengen, het beleidsteam richt zich op de neveneffecten van de gijzeling zonder zich in de opsporing te mengen. Dit is ook hoe het in de Bestuurlijke Netwerkkaart Rampenbestrijding Algemeen staat beschreven.
    Een tweede RBT-oefening vond in Friesland plaats. Daar was de vraag hoe men dient om te gaan met een Elfstedentocht waarbij de regiovoorzitter geen vrees voor het ontstaan van een ramp of crisis heeft, terwijl een lokale burgemeester dat wel heeft. Het is een enigszins semantische kwestie. Allereerst ging het scenario uit van een GRIP4-situatie, waarin het RBT al bijeen was. Dus blijkbaar was voorafgaande aan het overleg daadwerkelijk vrees voor het ontstaan van een ramp. Mocht de voorzitter tot het inzicht komen dat de vrees ongegrond is, terwijl individuele burgemeesters voet bij stuk houden, dan bestaat de vrees als zodanig in het RBT. In dat geval lijkt het niet disproportioneel om toch conform artikel 39 Wvr te handelen en een It giet oan uit te spreken. Is de vrees in het geheel niet aanwezig, dan is een RBT-setting ook niet passend. Dan zou het beter zijn om een reguliere vergadering van betrokken Elfsteden-gemeenten te organiseren, waarin de burgemeester van Leeuwarden gelijke is onder de collega-burgemeesters.
    Tot slot deel ik het punt met de onderzoekers dat interregionaal de verhoudingen tussen veiligheidsregio's bij regiogrensoverschrijdende rampen (zoals Moerdijk) onvoldoende geregeld zijn. En ik deel ook de verwondering over de noodverordening in Moerdijk, die destijds was ondertekend door zowel de (loco)burgemeester als de voorzitter van de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant. Die had - uiteraard - alleen moeten worden ondertekend door de voorzitter van de Veiligheidsregio, want de bevoegdheid tot het afkondigen van noodverordeningen komt krachtens art 39 lid 1 sub b Wvr bij uitsluiting de voorzitter toe.

    Onderwerp: Nationale politie op onderdelen aanpassen
    Thema: veiligheidsregio
    Datum: 16 september 2011
    Lees hier verder bij de bron van het bericht >>

    Het Nederlands Genootschap van Burgemeesters en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten hebben in een brief de Tweede Kamer opgeroepen om het wetsvoorstel voor de nationale politie op diverse punten te wijzigen. Daardoor moet de politie niet alleen vanbovenaf gestuurd worden, maar ook een een sterke verankering met het lokaal bestuur en de burgemeesters krijgen.
    NGB en VNG zijn van oordeel dat binnen de gegeven context van een nationale politie aan een aantal nadere voorwaarden moet worden voldaan, wil de bestelwijziging tot het beoogde resultaat leiden. De organisaties van burgemeesters en gemeenten doen voorstellen die ertoe strekken te verzekeren dat lokale prioriteiten doorwerken in het beleid. Genootshap en VNG zijn van mening dat wettelijk verankerd moet worden dat gemeenten het recht hebben om op een ander niveau dan de nieuwe regionale eenheden tot bovenlokale afstemming te komen. Ten slotte wordt bepleit dat de checks and balances op alle niveaus met elkaar in evenwicht zijn, door meer wettelijke waarborgen in te bouwen voor de doorwerking van de bestuurlijke prioriteiten in het landelijke en regionale beleid.
    Binnenkort vindt de eerste (schriftelijke) behandeling van het wetsvoorstel voor de nationale politie in de Tweede Kamer plaats door de vaste Kamercommissie voor Veilighied en Justitie.

    Onderwerp: Nieuwe multidisciplinaire handreiking crisisbeheersing luchthavens
    Thema: crisisbeheersing
    Datum: 16 september 2011
    Lees hier verder bij de bron van het bericht >>

    Op 15 september 2011 is op Schiphol de nieuwe Handreiking Crisisbeheersing op luchthavens gepresenteerd. Deze vervangt de oude Leidraad uit 1997 (Vliegtuigongevallenbestrijding op luchtvaartterreinen). De handreiking is bestemd voor bestuurlijk verantwoordelijken, organisaties betrokken bij crisisbeheersing in operationele zin en exploitanten van luchthavens. Naast crises als gevolg van vliegtuigongevallen is er nu ook ruim aandacht voor de maatscenario's infectieziekte en kaping.
    Mede door de verbreding van rampenbestrijding met 'crisisbeheersing' en de lessen van de Poldercrash, ontstond de noodzaak om de oude leidraad te vernieuwen. Daarnaast is er in de afgelopen veertien jaar op het gebied van wet- en regelgeving veel veranderd. Door infectieziekte en kaping als scenario's toe te voegen, past de nieuwe Handreiking Crisisbeheersing op luchthavens beter bij het dreigingsbeeld anno 2011.
    De handreiking is een hulpmiddel bij de voorbereiding op crisisbeheersing. Door het gebruik van scenario´s krijgt u snel inzicht in de aard van de crisis en de inzet van alle betrokken partners. In drie overzichtelijke hoofdstukken wordt per genoemde doelgroep aandacht besteed aan maatscenario´s. Deze beschrijven een redelijkerwijs te verwachten incident. Het maatscenario biedt daarmee het kader voor zowel de multidisciplinaire voorbereiding als de beoordeling van de preparatieve inzet.
    De Handreiking Crisisbeheersing op luchthavens heeft de steun van alle landelijke partners die betrokken kunnen zijn bij crises op luchthavens. De uitgave wordt ondersteund door een kennispublicatie voor bestuurders. Vragen over de handreiking kunt u stellen via de website van Infopunt Veiligheid.

    Onderwerp: Ernstige verstoringen door DigiNotar-inbraak vorkomen
    Thema: veiligheid
    Datum: 16 september 2011
    Lees hier verder bij de bron van het bericht >>

    De digitale inbraak bij DigiNotar heeft de kwetsbaarheid van betrouwbare digitale informatievoorziening duidelijk gemaakt. Door een essentieel onderdeel (het verstrekken en toetsen van de betrouwbaarheid van digitale certificaten), te corrumperen, konden in potentie ernstige verstoringen optreden. Dankzij de coöperatieve medewerking van vele organisaties in zowel het publieke als private domein, zijn ernstige verstoringen voorkomen.
    Dat schrijven minister Donner van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en minister Opstelten van Veiligheid en Justitie vandaag in een brief aan de Tweede Kamer.
    Een van de maatregelen na de inbraak was het direct vervangen van certificaten Dit is in veel organisaties met grote urgentie opgepakt. Inmiddels heeft de firma Microsoft een update uitgevoerd en blijkt dat het aantal verstoringen als gevolg van die update beperkt is. Zo hebben zich bij enkele gemeenten problemen voorgedaan bij digitale loketten. De OPTA heeft als toezichthouder op het systeem van gekwalificeerde certificaten per 14 september 2011 12:00 uur de registratie van DigiNotar om gekwalificeerde certificaten uit te geven, ingetrokken.
    In de komende periode zal de verdere uitfasering van DigiNotar certificaten vorm krijgen. Hierdoor zal op sommige terreinen vertraging kunnen optreden. Zo wordt de invoering van de boordcomputer in de taxi, die was gepland op 1 oktober 2011, ongeveer zes maanden uitgesteld.
    Het Openbaar Ministerie en de AIVD doen, ieder vanuit de eigen invalshoek, onderzoek naar de inbraak bij DigiNotar. Govcert.nl zorgt voor de informatie-uitwisseling met de ict-beveiligingsdiensten van de overheid in andere landen.
    Om de kwetsbaarheid van digitale communicatie van en met de overheid te verminderen, kiest het kabinet voor een driesporenbeleid. Allereerst moet de weerbaarheid tegen inbreuken worden vergroot, bijvoorbeeld door het opnemen van meerdere certificaten in eén systeem, zodat makkelijk kan worden overgeschakeld. Ook zal vorm worden gegeven aan een meldplicht voor ICT-incidenten voor organisaties die cruciale maatschappelijke functies vervullen. Samen met het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie wordt onderzocht hoe de veiligheid van de digitale dienstverlening van bedrijven en overheid kan worden vergroot.
    Inbreuken op de veiligheid van internet kunnen nooit geheel worden uitgesloten. Daarom wordt als tweede spoor gekeken naar het herstelvermogen bij een inbreuk op de veiligheid. Het stellen van kaders en het verbeteren van het toezicht zijn daarvan essentiële elementen.
    Het derde spoor is dat het kabinet de ervaringen met de Diginotar problematiek actief zal uitdragen in internationaal verband, zodat gewerkt kan worden aan structurele verbeteringen op mondiaal niveau.

    Onderwerp: Veiligheidsregio waarschuwt voor twitterpaniek
    Thema: veiligheidsregio
    Datum: 17 september 2011
    Lees hier verder bij de bron van het bericht >>

    DOETINCHEM - Het rapport 'Hoe Veilig Is Veilig' van de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland waarschuwt voor paniek die kan onstaan op sociale media na een melding van politie of brandweer.
    'Sinds enige tijd reageren inwoners bij dreiging met sms, Twitter en andere sociale media en moeten we ons draaiboek hierop aanpassen', aldus het voorwoord van het rapport.
    Erwin te Bokkel van de veiligheidsregio licht toe: "Door de opkomst van sociale media zie je steeds vaker dat een incident helemaal niet zo ernstig is, maar dat er wel grote paniek ontstaat op sociale media. Dan is de vraag naar informatie veel groter dan waarin onze inschaling voorziet."
    Een mooi voorbeeld is volgens Te Bokkel de brand op 11 april van dit jaar in verzorgingshuis Debbeshoek in Ulft. "Dat was een serieuze brand, het ging om hulpbehoevende mensen, dus we zetten veel mensen in. Vervolgens kwam er op Twitter een enorme stroom vragen op ons af, van bijvoorbeeld mensen van wie familieleden in het huis woonden of werkten."
    "Dan gaan er al snel geruchten en voor je het weet ontstaat er paniek die juist qua communicatie om meer inzet vraagt. Terwijl wij al vrij snel wisten dat alle bewoners van de brandende vleugel waren geëvacueerd. We hebben dat ook via Twitter gecommuniceerd en toen zag je dat de social-mediastorm heel snel ging liggen."
    Volgens Te Bokkel beraadt de veiligheidsregio zich nu op richtlijnen voor communicatie tijdens incidenten, rampen en crises.

    Onderwerp: Twitterpaniek vraagt communicatie
    Thema: veiligheidsregio
    Datum: 17 september 2011
    Lees hier verder bij de bron van het bericht >>

    In het rapport Hoe Veilig Is Veilig beschrijft de veiligheidsregio het regionaal beleidsplan rampenbestrijding en crisisbeheersing.
    Naast de gebruikelijke taken van brandweer, politie, ambulances en andere hulpdiensten wordt in het rapport ook aandacht besteed aan de belangrijke rol van communicatie tijdens een crisis. "Sinds enige tijd reageren inwoners bij dreiging met sms, Twitter en andere sociale media en moeten we ons draaiboek hierop aanpassen", aldus het voorwoord van het rapport.
    Erwin te Bokkel van de veiligheidsregio licht toe: "Hulpdiensten hebben een systeem om een incident op te schalen. Het begint bij GRIP 1. Hoe ernstiger een incident is, hoe hoger het GRIP-nummer wordt. Bij ieder GRIP-nummer hoort een bepaalde inzet van bijvoorbeeld brandweer en ambulances, en ook van communicatiemedewerkers. Maar door de opkomst van sociale media zie je de laatste tijd steeds vaker dat een incident, bijvoorbeeld een brand of een naderende storm, helemaal niet zo ernstig is, maar dat er wel grote paniek ontstaat op sociale media. Dan is de vraag naar informatie veel groter dan waarin de GRIP-inschaling voorziet."
    Een mooi voorbeeld is volgens Te Bokkel de brand op 11 april van dit jaar in verzorgingshuis Debbeshoek in Ulft. "Dat was een serieuze brand, het ging om hulpbehoevende mensen, dus we zetten in op GRIP 2. Vervolgens kwam er op Twitter een enorme stroom vragen op ons af, van bijvoorbeeld mensen van wie familieleden in het huis woonden of werkten. Dan gaan er al snel geruchten en voor je het weet ontstaat er paniek die juist qua communicatie om meer inzet vraagt. Terwijl wij al vrij snel wisten dat alle bewoners van de brandende vleugel waren geëvacueerd. We hebben dat ook via Twitter gecommuniceerd en toen zag je dat de social-mediastorm heel snel ging liggen."
    Volgens Te Bokkel beraadt de veiligheidsregio zich nu op richtlijnen voor communicatie tijdens incidenten, rampen en crises.
    "Vroeger was het bijvoorbeeld gebruikelijk dat we met het uitbrengen van de eerste persberichten wachtten tot het crisisteam bij elkaar was geweest. Maar dat kan wel één of twee uur duren en al die tijd zwelt de geruchtenstroom op sociale media aan. Daar moeten we veel sneller op in kunnen spelen, uiteraard zonder de juistheid en nauwkeurigheid van onze officiële berichtgeving uit het oog te verliezen. We zijn nu met alle hulpdiensten bezig om daar een goede richtlijn voor te ontwikkelen."

    Onderwerp: Korten op veiligheid kost geld
    Thema: veiligheidshuis
    Datum: 17 september 2011
    Lees hier verder bij de bron van het bericht >>

    Het actieve veiligheidsbeleid van de 32 grotere gemeenten in Nederland heeft de laatste jaren tot verrassend goede resultaten geleid. Het aantal delicten, waaronder seksuele en vermogensdelicten, vernielingen en verkeersmisdrijven, is van een dikke 187.000 in 2004 gedaald naar een kleine 139.000 in 2010. Dit is 25 procent.
    Het geheim van dit succes is dat mensen met een zachte hand én met een harde op het goede pad worden gebracht of gehouden. Dat gebeurt bijvoorbeeld in de door de gemeenten gestimuleerde 'veiligheidshuizen' waar preventie, zorg en straf bij elkaar komen.
    Politie, justitie, gemeente en hulpverleners werken er intensief samen om problematische doelgroepen te begeleiden, kansen te bieden en zo nodig te bestraffen.
    In een veiligheidshuis worden mensen met problemen van geval tot geval besproken en vervolgens persoonlijk begeleid. Die aanpak, waarmee veel gemeenten overigens nog maar net zijn begonnen, blijkt zeer effectief. Daarom is het van het grootste belang dat de extra gemeentelijke inspanning in de veiligheidsaanpak, zoals veiligheidshuizen, inzet straatcoaches et cetera gegarandeerd blijft. Dat geldt ook voor andere projecten waarbij niet alleen naar de dader of het probleemgeval wordt gekeken, maar waarbij ook het gezin en de omgeving worden betrokken. En dan bij voorkeur voordat overlast overgaat in criminaliteit of huiselijk geweld.
    Dankzij de aandacht voor veiligheid en leefbaarheid worden kosten bespaard. Niet alleen de directe schade die door de delicten wordt veroorzaakt, maar ook de kosten voor opsporing, berechting, detentie- en werkstraftrajecten. De grootste winst is dat mensen mee gaan doen in de samenleving en hun bijdrage leveren, zowel sociaal als economisch. Dat bespaart ook nog eens recidive.
    De aanpak van de G32 stemt geheel overeen met de lijn die de ministers Donner (Binnenlandse Zaken) en Opstelten (Veiligheid en Justitie) hebben ingezet. Het regeerakkoord zet zwaar in op veiligheid; dat moet nu worden waar gemaakt. Veiligheid begint volgens het regeerakkoord bij jongeren en onderwijs. Spijbelen en schooluitval zijn veelal een voorbode van crimineel gedrag. Om probleemjongeren een kans te geven de stap te maken naar het onderwijs, is intensieve begeleiding naast het straftraject van groot belang. Het kabinet wil dat het veiliger wordt op straat. Dat vraagt volgens het regeerakkoord om 'een daadkrachtige aanpak van straatterreur, intimidatie, agressie, geweld en criminaliteit'. Dankzij de inzet van rijksmiddelen wordt beter dan ooit samengewerkt tussen gemeente, hulp- en zorgverleners, politie en Regionale Informatie en Expertise Centra (RIEC).
    Het resultaat is ernaar, vrijwel alle wijken zijn veiliger en leefbaarder geworden. Dat blijft alleen zo als we het ingezette beleid volhouden. Deze succesvolle aanpak mag niet afhankelijk zijn van een incidentele subsidie of een reservepotje. De G32 pleit voor structurele inzet op het veiligheidsbeleid, in ieder geval zolang de crisis duurt. In deze tijd verdienen veiligheid en leefbaarheid de hoogste aandacht. Mensen hebben perspectief nodig. Een zachte, maar ook een harde hand. Dat is een les die we in ieder geval uit de rellen in Parijs en Londen kunnen trekken.
    Onze inzet is erop gericht om jongeren in probleemwijken met man en macht bij de samenleving te betrekken, en hen uitzicht te geven op een opleiding en baan. Dat kost ons nu iets, inderdaad. Maar de return on investment is gegarandeerd hoog. De G32 verwacht dat een kabinet - hoe groot de opgave van vandaag ook is - toch naar de toekomst kijkt. De bezuinigingen op gemeentelijk veiligheidsgeld gaan dus meer kosten dan ze opleveren en kunnen dus maar beter worden teruggedraaid.

    Onderwerp: Procesbeschrijving Nazorg ex-gedetineerden (concept)
    Thema: veiligheidshuis
    Datum: 17 september 2011
    Lees hier verder bij de bron van het bericht >>

    Deze procesbeschrijving beschrijft de procedure om gezamenlijk een plan van aanpak samen te stellen. Indien nodig wordt een begeleidingstraject uitgezet en een casemanager aangewezen. Dit casusoverleg nazorg zal plaatsvinden binnen het Veiligheidshuis regio Alkmaar en de benodigde keten- en maatschappelijke partners zullen hierbij betrokken worden. Aanvankelijk zal ingezet worden op de uitstroom van ex-gedetineerden van de gemeente Alkmaar, echter is het streven om op korte termijn uit te breiden naar de randgemeenten binnen regio Alkmaar (voorheen Noord-Kennemerland). Deze procesbeschrijving wordt in de volgende fase samen met de ketenmanager Veiligheidshuis Den Helder en de contactpersoon van het Veiligheidshuis Hoorn i.o. geschikt gemaakt voor de regio Noord-Holland Noord.
    Het concept van de procesbeschrijving is bij de bron van dit bericht te downloaden.

    Onderwerp: Treinongeval Stavoren door gebrekkige aandacht voor veiligheid
    Thema: veiligheid
    Datum: 17 septmber 2011
    Lees hier verder bij de bron van het bericht >>

    Het treinongeval in Stavoren in juli 2010 is veroorzaakt door gebrekkige aandacht voor veiligheid bij de betrokken bedrijven. Dat blijkt uit het rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid, dat vandaag is gepresenteerd. Zo heeft ProRail als opdrachtgever van de onderhoudswerkzaamheden verzuimd voldoende veiligheidseisen te stellen aan de verschillende aannemers. Het onderzoek schetst een ontluisterend beeld van de beheersing van de veiligheidsrisico's.
    Bij het ongeval in Stavoren op 25 juli 2010 reed een werktrein door een stootjuk, ramde een lege tankauto en vernielde een winkel in watersportartikelen. Uit het onderzoek van de Raad is gebleken dat het ongeval is veroorzaakt doordat de machinist een sein, een bord in plaats van een lichtsein, niet opvolgde en het ATB-systeem niet functioneerde. Dat kwam doordat de machinist een beperkte wegbekendheid had, er zich meerdere mensen in de cabine bevonden, het ATB-systeem van de trein niet correspondeerde met het ATB-systeem van de spoorbaan, er fouten in een werktekening zaten en bepaalde hectometerbordjes langs het spoor ontbraken. Verder merkt de Raad op dat de risicobeheersing werd overgelaten aan een onderaannemer, zonder dat er goede afspraken waren over de noodzakelijke veiligheidsmaatregelen.
    De achterliggende factoren bij het ongeval in Stavoren zijn niet uniek. De Raad constateert dat een aantal van de gesignaleerde veiligheidsrisico's zich ook bij andere overbrengingsritten met zelfstandig rijdende onderhoudsmachines voordoet. Volgens de Onderzoeksraad is dit te wijten aan de wijze waarop de betrokken bedrijven met vervoersbewegingen van deze onderhoudsmachines omgaan. Ze worden beschouwd als 'gewone' treinritten waarvoor geen extra beveiligingsmaatregelen nodig zijn, terwijl er wel degelijk sprake kan zijn van andere risico's of combinaties van risico's.
    De Raad is van mening dat een onjuiste taakopvatting heeft meegespeeld bij de gebrekkige risicobeheersing. Ten eerste hebben de betrokken bedrijven zich bij het beheersen van de risico's beperkt tot de maatregelen die specifiek waren voorgeschreven. Zij gaven daarmee slechts beperkt invulling aan de zorgplicht die - zowel volgens de Spoorwegwet als de Arbowet - op hen rust. Ten tweede ziet de Onderzoeksraad een spilfunctie voor ProRail bij het beheersen van de risico's bij overbrengingsritten van zelfstandig rijdende onderhoudsmachines. ProRail is infra-beheerder en tevens opdrachtgever voor de onderhoudswerkzaamheden, waarvan de overbrengingsritten deel uitmaken. Vanuit die twee verantwoordelijkheden had ProRail naar het oordeel van de Raad sturend en corrigerend moeten optreden.
    ProRail heeft aangegeven zich niet verantwoordelijk te achten voor de operationele veiligheidsrisico's bij de bewuste ritten van onderhoudsmachines. De Onderzoeksraad is echter van oordeel dat ProRail als opdrachtgever van de onderhoudswerkzaamheden ook verantwoordelijkheid heeft voor de beheersing van de veiligheidsrisico's bij de aan- en afvoer van het onderhoudsmaterieel. ProRail dient optimaal bij te dragen aan de beheersing van die veiligheidsrisico's en de andere bedrijven op hun aandeel aan te spreken. De Onderzoeksraad weet zich hierbij gesteund door de Spoorwegwet en de beheersconcessie, die ook voor ProRail een zorgplicht voor de veiligheid van het spoorverkeer bevatten.
    Na het ongeval bij Stavoren hebben de betrokken bedrijven, het ministerie van Infrastructuur en Milieu en de Inspectie Verkeer en Waterstaat diverse maatregelen getroffen ter (betere) beheersing van de veiligheidsrisico's die bij dat ongeval aan de orde waren. De Raad vindt dat deze maatregelen, alsook de eventueel andere noodzakelijke ingrepen, met voortvarendheid moeten worden uitgevoerd. De Raad is van mening dat ProRail hierin het voortouw moet nemen.






    Actueel:


    Begrippen:

    Crisis:
    een situatie waarin een vitaal belang van de samenleving is aangetast of dreigt te worden aangetast.

    Crisisbeheersing:
    het geheel van maatregelen en voorzieningen, met inbegrip van de voorbereiding daarop, dat het gemeentebestuur of het bestuur van een veiligheidsregio in een crisis treft ter handhaving van de openbare orde, indien van toepassing in samenhang met de maatregelen en voorzieningen die op basis van een bij of krachtens enige andere wet toegekende bevoegdheid ter zake van een crisis worden getroffen.